De ogen die een film zien zijn niet gelijk aan de ogen die verstrooid een gedicht doorlezen; ze zijn oplettender, wakkerder, gevoeliger. Er gaapt een diepe kloof tussen een gedicht van Salvador Dalí en een schilderij van Salvador Dalí; wanneer hij schildert, heeft Dalí altijd gelijk. De kracht van het beeld dringt ons de aanwezigheid van de poëzie onmiddellijk op; het beeld overtuigt lauwhartigen, brengt aanhangers op de been, trekt nieuwsgierigen aan: iedereen wil zien en dat betekent vaak ook nieuwe volgelingen.

