B.B. / Brigitte Bardot
Op 28 december 2025 nam de wereld afscheid van Brigitte Bardot. Ze was een icoon van een generatie, een filmster, een sekssymbool, een dierenrechtenactiviste, officieus erfgoed van Frankrijk en een fervente aanhangster van extreemrechtse politici. Kortom: een immer omstreden vrouw en fenomeen, maar voornamelijk een beeld dat op vele netvliezen gebrand staat.
Bardot maakte haar debuut toen ze nog net geen achttien jaar was in de intussen in vergetelheid geraakte film Le trou normand (1952) van Jean Boyer. Ze kwam net van het conservatorium, waar ze was opgeleid als balletdanseres, en had tot dan toe enkel ervaring met modellenwerk. Haar debuutrol bezorgde haar niet meteen wereldfaam, maar bracht haar wel in contact met bekende namen in de contemporaine Franse filmwereld: zo leerde ze onder anderen regisseur Roger Vadim kennen, met wie ze een liefdesrelatie begon. Amper een jaar later trouwde het koppel. Het was Vadim die Bardot enkele jaren later haar doorbraakrol als Juliette Hardy in Et Dieu… créa la femme (1956) bezorgde, een film onder zijn regie waarmee hij de actrice voor de eerste keer, en meteen ook onherroepelijk, vastklonk aan het label “sekssymbool”.
De dominantie van de erotiek in de film blijkt meteen uit de onomwonden openingsscène, waarin een mannelijk personage bij een villa arriveert met op de achtergrond een zonnig Saint-Tropez als decor. De man baant zich een weg naar een terras achteraan het huis, waar hij een waslijn met drogende kleren, handdoeken en lakens aantreft. Zijn oog, oftewel het cameraoog, valt op een paar kuiten dat van achter een drogend laken uitsteekt. De man complimenteert het meisje met de kuiten, waarop ze haar benen prompt aan het zicht onttrekt. Het frame dat volgt, is van doorslaggevend belang geweest voor de beeldvorming rond Bardot: de camera bevindt zich plots aan de andere kant van het laken, waar de actrice naakt ligt te zonnen. Zelfs in de aanwezigheid van een oudere man lijkt het personage van Bardot, het weesmeisje Juliette, onbeschaamd over haar naaktheid, een attitude die toen als uitermate choquerend werd ervaren. Het is overigens dit beeld – van een liggende, naakte Bardot – dat Jean-Luc Godard later zou citeren, of preciezer: zou opvoeren als simulacrum, in de openingssequentie van Le mépris (1963).
De eerste scène van Et Dieu… créa la femme zet de toon voor de rest van de film: het verhaal is niet zeer diepgaand, het personage Juliette blijft vlak en de zwaartepunten liggen bij enkele opzwepende scènes die, even direct en onbeschaamd als Bardot zelf, het publiek provoceren en confronteren met hun seksuele verlangens. De film heeft over het algemeen een weinig meeslepend plot dat gecentreerd is rond Bardot, die in een constante staat van apathie en desinteresse verkeert en daardoor niet echt een personage met een uitgesproken karakter lijkt te spelen. Aangezien Vadim de erotische scènes dan ook nog eens weinig tot niet kaderde in een samenhangende vertelling en het publiek bijgevolg niet wist te “hypnotiseren” met een suspension of disbelief, dwong hij de toeschouwer in de oncomfortabele positie van voyeur. Dit had als gevolg dat ook B.B. een oncomfortabele positie moest aannemen; ze was geen gesublimeerd sekssymbool zoals Marilyn Monroe of andere voorgangsters, op wie men eigen verlangens kon projecteren. Ze was “natuurlijk”, “authentiek” en “simpelweg zichzelf”; ze was prozaïsch en daardoor des te kwetsbaarder. Met de release van Et Dieu… werd in 1956 het lot van Bardot bezegeld. Vanaf dit moment zal ze niet meer aan haar eigen (naakte) beeltenis kunnen ontsnappen en wordt tevens vooral Vadim geprezen: hij zou de actrice niet enkel ontdekt, maar ook “gemaakt” hebben. Dat wil zeggen: Vadim zou als het ware de beeldhouwer geweest zijn die uit een ruw, onaangetast materiaal een icoon, een beeld, had gecreëerd.
Dit gegeven onderstreepte Simone de Beauvoir in haar essay Brigitte Bardot and the Lolita Syndrome, een gedetailleerde studie van “het fenomeen B.B.” die ze in 1959 in het Amerikaanse blad Esquire publiceerde. “Als we willen begrijpen wat B.B. vertegenwoordigt, is het niet belangrijk om te weten wie de jonge vrouw met de naam Brigitte Bardot echt is”1, poneert De Beauvoir vooraleer ze de eer van het creëren van B.B. bijna volledig toekent aan Vadim, die haar voor het eerst opvoerde als lustobject, en in mindere mate aan Marc Allégret – een regisseur, scenarioschrijver en fotograaf die mee aan de wieg van Bardots carrière stond. De inbreng van de actrice zelf beperkt zich volgens dit essay tot haar zogenaamde “authenticiteit”, waar niet enkel de regisseurs, maar ook de actrice zelf in interviews aanspraak op maakten.
Als Vadim en Allégret verantwoordelijk zijn voor het creëren van het “beeld B.B.”, zijn ze bijgevolg ook medeplichtig aan de figuurlijke moord op de vrouw Brigitte Bardot. Na de release van Et Dieu… créa la femme werd Bardot immers dermate vereenzelvigd met de personages die ze speelde (die uiteraard altijd binnen eenzelfde vrouwelijke type vielen) dat deze haar persoonlijke zelfontplooiing beknotten. Dat ging zo ver dat de actrice zelf begon te beweren dat ze “voor de camera simpelweg zichzelf was”, dat een – op de koop toe zeer oppervlakkig – personage zoals pakweg Juliette Hardy samenviel met haar werkelijke karakter, een uitspraak die Vadim maar al te graag beaamde. Haar beroemdheid, die in een ijltempo buitensporige proporties aannam, beperkte ook haar mogelijkheden om zichzelf als (vrij) mens te ontwikkelen. Hoe kan men een begrip als “authenticiteit” rijmen met het verhaal van Vadim en Allégret als scheppers van “Brigitte Bardot”? De “natuurlijke” en “eerlijke” Bardot die in de media verschijnt draagt volgens het essay van De Beauvoir zelfs een seksuele autonomie in zich, wat de filosofe als de hoofdreden voor de ophef rond haar figuur aanduidt. Hier dringt zich opnieuw een tegenstrijdigheid op: de macht van de zogenaamde “droomverkopers” die de media produceren waarin sekssymbolen minutieus in elkaar gezet en vervolgens ontbloot worden is maar moeilijk te verzoenen met de notie van vrouwelijke seksuele autonomie.
Het beeld “Brigitte Bardot” is als dusdanig paradoxaal. Bardot staat volgens het gangbare discours symbool voor seksuele autonomie en voor de lossere zeden van een nieuwe generatie, maar in feite is ze als vrouw compleet ontdaan van haar autonomie; ze wordt door externen tot koopwaar gemaakt en haar bestaan wordt bepaald door het beeld dat in elkaar gezet werd door mannelijke regisseurs. De kwestie van “vrouwelijke seksuele autonomie” is hier dus complex: de “droomverkopers” die De Beauvoir beschrijft lijken de touwtjes in handen te hebben en zijn dus verantwoordelijk voor het creëren van een beeld van autonomie, maar doen dit door middel van het lichaam van een vrouw die in die situatie zelf geen werkelijke autonomie bezit. Het ogenschijnlijk natuurlijke beeld waarmee de notie van “authenticiteit” verbonden wordt, is dus in werkelijkheid allesbehalve authentiek.
Dat het beeld van Bardot een eigen leven is gaan leiden, staat vast. Naar de mate waarin dit beeld haar “echte” leven beïnvloedde, blijft het gissen – al is dit uiteindelijk een beredeneerde gok. In elk geval heeft het haar geen gelukkig leven geschonken: in 1960 probeerde de actrice zichzelf van het leven te beroven en niet lang daarna liet ze weten dat ze de filmindustrie voorgoed vaarwel wilde zeggen. Deze belofte aan zichzelf kwam ze niet na: ze werkte hierna nog samen met Godard voor Le mépris en Masculin, féminin (1966) en draaide haar laatste film, L’histoire très bonne et très joyeuse de Colinot Trousse-Chemise, pas in 1973. In de jaren zeventig werd Bardot een toegewijde activiste en begon ze militant te strijden voor dierenrechten, een bezigheid die er nogmaals voor zorgde dat alle schijnwerpers op haar gericht stonden.
Zo vertrok de actrice in 1977 op haar beruchte reis naar Canada, waar jaarlijks een uitgebreide jacht op babyzeehonden plaatsvond. Jonge zeehonden die hun pluizige witte vacht nog niet ontgroeid waren, werden indertijd massaal neergeknuppeld en gevild, waarna hun vel als bont werd verkocht. Om deze wrede jachtpartijen aan te vechten, liet Bardot zich op het Canadese ijs vergezellen door een professionele fotograaf, die haar liggend portretteerde met een babyzeehond in haar armen. De beelden die het resultaat waren van deze fotosessie, gingen meteen de wereld rond en werden uitgebreid besproken, maar vooral geridiculiseerd. De voornaamste bedoeling van Bardot was wellicht haar bekende gezicht in te zetten voor een goed doel, maar deze aanpak kan ook gelezen worden als een vorm van onkunde of machteloosheid. Het leven van Bardot is immers altijd samengevallen met een beeld van haarzelf, karikaturaal of niet. De wereldberoemde foto van Bardot die een zeehond knuffelt, is in die zin geen foto van een vrouw die eenvoudigweg een dierenliefhebster is, maar opnieuw een symbool, een beeld dat niet anders dan grotesk geweest kon zijn.
Ook toen ze in haar latere leven steeds dieper afdaalde in een wereld van extreemrechtse en racistische denkbeelden (waarvoor ze maar liefst zes keer veroordeeld werd), schuwde ze de media niet. Integendeel: de actrice zocht steeds opnieuw de controverse op en maakte zich schuldig aan discriminerende uitspraken, onder meer over de islamitische gemeenschap in Frankrijk en de bevolking van La Réunion. Ook de feministische beweging moest het ontgelden. Zo nam Bardot het onder meer op voor Gérard Depardieu toen deze werd aangeklaagd voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Haar huwelijk met het extreemrechtse Kamerlid Bernard d’Ormale, gelieerd aan het Front National, bezegelde deze radicale wending in haar leven. De krantenkoppen die de actrice aanduidden als een nieuw “conservatief boegbeeld” verraden dat hier mogelijks eenzelfde mechanisme aan het werk is: opnieuw nam Bardot in de Franse media haar plaats in van een karikatuur van zichzelf, een opgerekt en verwrongen beeld van een beeld.
Brigitte Bardot heeft haar leven als beeld, oftewel het beeld dat naast haar bestond, nooit van zichzelf kunnen losmaken, zo blijktuit haar aanwezigheid in het publieke discours nadat ze haar acteercarrière had opgegeven. De vrouw Brigitte Bardot liet het leven in haar villa in La Madrague in Saint-Tropez, na een op zijn zachtst gezegd spraakmakend leven. De actrice die niet acteerde, de vrouw die meer beeld geweest is dan vrouw, “B.B.”, liet een bizarre afdruk na op het Franse – en bij uitbreiding wereldwijde – filmlandschap. Haar “authenticiteit” werd uiteindelijk, zoals De Beauvoir het ook al beschreef, haar grootste kwelling en was bovendien geen werkelijke authenticiteit, waardoor een tragisch parcours, en dus ook een einde getekend door verbittering en misantropie, haast onvermijdelijk bleek.
- 1
Simone de Beauvoir, "Brigitte Bardot and the Lolita Syndrome", Esquire 52, nr. 2 (1959): 32-38.
Beelden uit Et Dieu... créa la femme (Roger Vadim, 1956)

