1968

Daniel Stein, 1968
CONVERSATION
EN

The following conversation is an excerpt from the full interview, featured in the revised edition of Persistence of Vision: A Collection of Film Criticism. Edited by Joseph McBride, the book was first published in 1968 in a limited edition by the Wisconsin Film Society Press, and is now republished by Sticking Place Books. This text appears with permission of the book’s editor, who wrote the introduction to the interview, and in conjunction with the spring edition of our New Book Releases.

Johan van der Keuken, 1968
ARTICLE
NL FR

Het oog is het geestesoog.

Door de spanning tussen al zijn beelden en geluiden schept de film ruimte die dezelfde is als de ruimte binnen in een hoofd. Als men zich het binnenste van een hoofd als een concrete maar onnoembaar gestoffeerde ruimte voorstelt, roept de film door handwerkmagie die ruimte in het leven. Maar hij kan dit alleen doen door het vastleggen en rangschikken van fragmenten uit de stoffelijke wereld, wil het resultaat concreet zijn: de film is een ding.

Johan van der Keuken, 1968
ARTICLE
NL FR

Par la tension entre toutes ses images et ses sons, le film crée un espace similaire à l’espace à l’intérieur d’une tête. Grâce à une magie de l’habileté manuelle, le film évoque cet espace, du moins si l’on se représente l’espace à l’intérieur d’une tête comme un espace concret, mais tendu d'une étoffe indéfinissable. Mais le film ne peut évoquer cet espace qu’au moyen de la fixation et de l’ordonnance de fragments du monde matériel, surtout si le résultat se veut concret : le film est une chose. 

Frieda Grafe, 1968
ARTICLE
NL EN

One could hold against me that the following has only a very remote connection with the individual films shown in Knokke and that it is a postulate rather than a description of reality. Well, that is how it is intended, not as some far-fetched defence of everything that was shown in Knokke. I would not be able to judge these films in any meaningful way: a regular moviegoer so rarely comes into contact with this genre that its strangeness alone is initially confusing.

Frieda Grafe, 1968
ARTICLE
NL EN

Men zou mij ervan kunnen beschuldigen dat wat volgt slechts van heel ver iets te maken heeft met de individuele films die in Knokke zijn vertoond en dat het meer een postulaat is dan een beschrijving van een werkelijkheid. Zo is het ook bedoeld, niet als een vergezochte verdediging van alles wat er in Knokke te zien was. Ik zou helemaal niet in staat zijn deze films op een zinvolle manier te beoordelen: als normale bioscoopbezoeker krijg je dit genre zo zelden onder ogen dat aanvankelijk alleen al de vreemdheid ervan je verwart.

Een interview met Marcel Broodthaers

Trépied, 1968
Ingeleid door Elias Grootaers
CONVERSATION
NL

Voordat ik op uw vraag antwoord, wil ik graag even zeggen dat ik geen cineast ben. Voor mij is film een verlengstuk van de taal. Mijn keuze viel eerst op poëzie, daarna op beeldende kunst en ten slotte op film, waarin verschillende kunstelementen zijn verenigd: het schrijven – poëzie –, het object – beeldende kunst – en het beeld – film. De grote moeilijkheid zit hem natuurlijk in het harmonisch samenbrengen van die elementen.