← Part of the Collection: Chantal Akerman

Toegang tot de wereld van de cinema

Over Chantal Akermans toelatingsexamen aan INSAS

(1) Examen d’entrée INSAS – Chantal Akerman – 1967 – Knokke, Bruxelles (Chantal Akerman, 1967)

Gevraagd naar zijn favoriete films van 2023, was het antwoord van Pedro Costa kort en duidelijk: “Niets ontroerde me meer dan de vier films van vier minuten die Chantal Akerman in 1967 – een jaar voor Saute ma ville [1968] – opnam voor haar toelatingsexamen van het INSAS in Brussel.”1 Akermans eigenlijke debuut, dat pas onlangs ontdekt werd, bestaat zodoende uit vier korte films, gedraaid op 8mm, geluidloos en in zwart-wit, in 1967 in Brussel en Knokke. Toch is het meer dan de loutere ontdekking van het vroegste werk van een gevierd cineaste dat deze vondst zo ontroerend maakt.

Vaak wordt in de eerste verwezenlijkingen van een kunstenaar wat gemakzuchtig al een aankondiging gezocht van een heel oeuvre, motieven die het hele repertoire programmatisch kunnen categoriseren, waardoor de inherente kwaliteit ervan soms wat verloren kan gaan. Het is verleidelijk om ook op die manier naar deze filmpjes te kijken. Akerman filmt Brussel en haar inwoners, een vriendin die de afwas doet, haar moeder in een schoenenwinkel, zichzelf poserend voor een cabrio; dagelijkse taferelen die geobserveerd én geënsceneerd worden, met protagonisten en handelingen die tot het einde van haar carrière een cruciale rol in haar werk zullen gaan spelen. Indrukwekkender daarentegen is de ontdekking wat ze als zeventienjarige aspirant-cineaste precies wilde maken en indienen voor het toelatingsexamen van een filmschool eind jaren zestig. Het verhaal is bekend: het was Jean-Luc Godards Pierrot le fou die Akerman, in 1965 op vijftienjarige leeftijd, ertoe verleidde om zelf cinema te gaan maken. Zonder deze openbaring, de ontdekking van een ongebonden cinema, zou ze hoogstwaarschijnlijk schrijfster geworden zijn, beweert ze zelf.

Wie films wil maken, wie filmmaker wil worden, meldt zich doorgaans aan bij een school. Ook vandaag verloopt de toegang tot de wereld van de cinema nog steeds hoofdzakelijk via een filmschool.  En om je te mogen inschrijven, moet je eerst slagen voor een ingangsexamen. Als niet-filmmaker moet je dus eerst bewijzen dat je al een beetje een filmmaker bent, dat je iets in je mars hebt. Eind jaren zestig maakte de presentatie van een eigen kortfilm deel uit van de toelatingsproef aan het INSAS. Akerman maakte twee filmpjes in Brussel en twee in de badplaats Knokke. Het eerste filmpje is een korte impressie van de jaarlijkse Zuidkermis in Brussel. Ze filmt de bewegingen en lichten van de attracties, observeert mensen die voor kraampjes staan, iets eten en zich amuseren. Het tweede Brussels filmpje toont Marilyn Watelet, de jeugdvriendin met wie ze later in de jaren zeventig het productiehuis Paradise Films zal oprichten, Marilyns zus Claudine en hun moeder Nicole. Bijzonder is dat de eerste beelden zich afspelen in het voormalige Clèves-Ravensteinhuis, gelegen vlakbij het filmmuseum van het Koninklijk Belgisch Filmarchief, het huidige CINEMATEK. Het is ook hier dat vijftig jaar later de Stichting Chantal Akerman het licht zou zien. Later zien we Marilyn en Claudine lopen op straat, halthouden bij een krantenkiosk, de afwas doen en hun haar tooien. Het eerste filmpje in Knokke toont Marilyn die naar de etalage van een schoenenwinkel kijkt. Een beetje later vinden we haar terug in een kledingwinkel, ze bekijkt kleren en past een hoed. De scène is duidelijk geënsceneerd, Marilyn lonkt af en toe ongemakkelijk naar de camera, ze zet zich klaar voor het shot en herhaalt haar handelingen, alsof haar gevraagd wordt verschillende takes te doen. Het tweede Knokke-filmpje start met een reeks geparkeerde sportauto’s, één waarbij Akerman zelf poseert. Dan keren we terug naar Marilyn die voor een etalage staat. In de winkel kijkt ze naar schoenen, dan komt haar moeder Natalia Akerman in beeld. Op een bankje in de winkel past ze schoenen. Daarna weer Marilyn, die ook schoenen past en zichzelf in de spiegel bekijkt. Vervolgens bekijkt ze handtassen; we zien een verkoopster die Marilyn en Natalia bekijkt, en het filmpje eindigt met Marilyn die na een regieaanwijzing Natalia voorbijloopt.

Kan je in deze filmpjes zien wat voor cineaste Chantal Akerman zal worden? Misschien niet. De vier filmpjes zijn kleine vingeroefeningen, ze “vertellen” niets, gaan nergens over. Wat de filmpjes vooral reveleren is een zeker plezier in het filmmaken, in het kijken, en in het maken én organiseren van beelden. Akerman richtte zich voor haar ingangsproef niet tot een bepaald idee van cinema maar volgde een heel eigen fascinatie. Ze etaleert geen gezochte kunde of valse, hoogdravende ambitie, geen impliciete wens om grootse, gewichtige cinema te gaan maken. Op geen enkel moment hint ze naar een bepaalde inhoud. Wat we te zien krijgen is een filmmaker die speelt, plezier schept in het ensceneren, net zoals kinderen die in een verkleedkist duiken en korte, vluchtige, inconsistente ficties construeren die een heel eigen werkelijkheid in het leven roepen. Het spel is tegelijk vorm en inhoud.

“Je moet alleen doen waar je echt zin in hebt”, zei Akerman ooit tegen vriend en collega Eric de Kuyper.2 Een schijnbaar banaal voorschrift maar paradoxaal genoeg een vrijwel onmogelijke opgave als jonge maker. Maar, zo merkt De Kuyper op, “zo eenvoudig ligt dat bij haar; zo gecompliceerd ook. Want zulke radicale keuzen maken veronderstelt een ongelooflijke moed – in een beroep dat al heel wat van deze deugd vergt – de moed der wanhoop.” Cinema is inderdaad de kunstvorm bij uitstek die gedirigeerd wordt door regels en voorschriften. Akerman mocht aan het INSAS beginnen maar dat was geen onverdeeld succes. Na enkele maanden hield ze het voor bekeken. “Niemand nam me serieus op die school”, zei ze later over haar passage in de filmschool. “Ze lachten me alleen maar uit. Ik besefte dat ik een film moest draaien om enig respect af te dwingen. Dus ging ik bij een bank werken, net lang genoeg om een korte film te financieren, die ik draaide toen ik 18 was.”3 Al heel snel besefte ze dat ze op de filmschool niet zou kunnen doen waar ze echt zin in had. Haar eerste volwaardige kortfilm, Saute ma ville, is het resultaat van die rebellie. Van in het begin toont de film weerstand tegen een voorgeschreven vorm van cinema. De openingspancarte “Recit”, begeleid door een neuriënde Akerman, maakt meteen ironisch duidelijk dat de toeschouwer geen klassiek verhaaltje hoeft te verwachten. Wat volgt is iets heel eenvoudigs: ze sluit zichzelf op in een keuken, kookt, eet, lijkt te gaan schoonmaken maar creëert uiteindelijk een totale puinhoop die zal uitmonden in de gasexplosie waar de titel van de film naar verwijst.

“Als je films maakt, moet je nooit iets doen wat je niet echt graag doet, wat je niet echt bezighoudt”, beaamt De Kuyper nog. “Maar dat wat je bezighoudt is soms zo verborgen, soms zo intiem en dus ook futiel en triviaal, dat je het jezelf nauwelijks durft te bekennen, laat staan er films over zou durven maken.” Anders dan wat al te vaak in filmscholen wordt gedoceerd, hoeft cinema niet te gaan over visionair meesterschap of abstracte virtuositeit. Dat maakt deze allereerste filmpjes zo aangrijpend. Ze bevatten een kiem van een overtuiging dat cinema niet om grootse ideeën vraagt, dat film iets heel eenvoudigs kan zijn, als je de moed vindt om je eigen middelen te leren kennen én erin te vertrouwen. Wat ontroert is Akermans fascinatie voor het filmen zelf en hoe ze heel dagelijkse elementen hun plek geeft in die beeldenwereld. Terugkijkend op het persoonlijke oeuvre dat Akerman in vijf decennia heeft uitgetekend, bieden deze filmpjes een getuigenis van de volharding om haar toegang tot de wereld van de cinema helemaal zelf te creëren.

(2) Examen d’entrée INSAS – Chantal Akerman – 1967 – Knokke, Bruxelles (Chantal Akerman, 1967)

  • 1Pedro Emilio Segura Bernal, “Best of 2023: 35 Directors Pick Their Favorite Films of The Year,” Films in Frame, 20 december 2023.
  • 2Eric de Kuyper, “Leren leven, het leven leren. Een inleiding op Chantal Akerman,” Sabzian, 20 januari 2016. Oorspronkelijk verschenen in Versus, n° 1, 1983.
  • 3Interview met Alain Riou, Nouvel Observateur, 28 september 1989.

Beeld uit Examen d’entrée INSAS – Chantal Akerman – 1967 – Knokke, Bruxelles (Chantal Akerman, 1967)

Met dank aan de Chantal Akerman Stichting

ARTICLE
20.03.2024
NL EN
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati zei ooit: “Ik wil dat de film begint op het moment dat je de cinemazaal verlaat.” Een film zet zich vast in je bewegingen en je manier van kijken. Na een film van Chaplin betrap je jezelf op klungelige sprongen, na een Rohmer is het altijd zomer en de geest van Chantal Akerman waart onomstotelijk rond in de keuken. In deze rubriek neemt een Sabzian-redactielid een film mee naar buiten en ontwaart kruisverbindingen tussen cinema en leven.