Het opengemaakte graf

Frankfurter Zeitung, 31 december

VERTAALD DOOR TRANSLATED BY TRADUIT PAR Els Snick

In het bioscoopjournaal is de Russische tsaar te zien, met het keizerlijk gezin op een van hun laatste wandelingen in Petersburg: de tsarina, de jonge troonopvolger, de hofhouding en de verstarde eregarde.1 Daarna volgen beelden van Trotski die in Moskou een parade van het Rode Leger afneemt. Uit deze twee filmfragmenten van de wereldgeschiedenis leert het publiek iets over de verandering der tijden.

Men had dit beter omgekeerd kunnen doen: eerst de beelden laten zien van de rode miljoenen2, die onder bevel staan van een man zonder legeropleiding maar met de vooropleiding van een literaat, en pas daarna de laatste Russische tsaar met zijn gezin. Op dat beeld zou een wit scherm moeten volgen, wit en helder als een lijkwade, er zou een verstarde stilte van moeten uitgaan waarbij vergeleken de stilte van een Siberische sneeuwvlakte een heksenketel is. Want zelfs een filmdoek kan de beelden van deze vele duizenden doden en schijndoden niet onbewogen hebben gedragen; deze kortstondige wederopstanding van geesten die al dood waren terwijl ze fris en monter werden gefilmd en die niet stierven toen ze vermoord werden: in hen werd niet het leven gedoofd, maar slechts een onwezenlijkheid waarvan de ademtocht bedrieglijk veel lijkt op leven. De laatste tsaar was een heerser die mensen liet verbannen en ophangen, die liet branden, plunderen en moorden. Die zich zelfs liet filmen. Maar werkelijk geleefd heeft hij niet, zoals deze film bewijst. Ook graven kunnen ademen. Die adem blies zo bedrieglijk door de lijken van de tsarenfamilie dat ze leken te leven: de vorst, de vorstin, de verstarde garde en de jonge troonopvolger.

Voorop loopt de tsaar. Hij draagt een rijk geborduurd, dichtgesnoerd pak, een soort huzarenuniform. Zijn gezicht zit boven een puntbaard alsof het erop vastgezet is met een schroef door zijn kin. Zijn oogleden zijn zwaar als half neergelaten jaloezieën van houten huid. Zijn glazige blik is waarschijnlijk op de lens gericht. Hij lijkt te staren in de loop van een geweer dat pas jaren later zal afgaan. De tsaar loopt vrij snel, hij beweegt als een wezen dat gemaakt is van poppenmaterie en spookschaduw. Een ogenblik later verdwijnt hij aan de rechterkant, daar waar het witte doek in zwarte afgrond is verzonken. Je realiseert je geen moment dat achteraan in het apparaat een filmstrook is afgerold. Het lijkt eerder een spiritistische seance waarbij geesten worden opgeroepen.

De tsarina en haar hofdames dragen kleren die voor de oorlog in de mode waren, grote hoeden met brede, vooraan naar beneden en achteraan naar boven omgebogen randen, die met pennen zijn vastgemaakt op hoge kapsels zodat ze op hun plaats blijven. De hoeden zitten scheef en werpen een schaduw over één kant van het gezicht om de andere kant onbeschut te laten, ze zien er dapper uit en hebben de valse vermetelheid van struikrovershoeden op een gemaskerd bal, met een vergeefse koketterie, als een geur van bederf die wil verleiden. Hun jurken zijn lang en hooggesloten, baleinen omheinen hun hals als een te krap tuinhek en hun borsten, kuis maar prominent, welven zich onder een grote hoeveelheid ondoordringbare stof. Hun haar is boven de oren pijnlijk strak naar boven getrokken.

Deze dames zijn nog ouder, nog doder dan huzarenuniformen. In de snelle beweging van de stoet vormen de dames het deinende element, en hoewel ze in het wit gekleed zijn, zien ze eruit als rouwsluiers met vrouwelijke vormen.

Het duurt alles bij elkaar nauwelijks drie minuten. Het is niet meer dan een van die talrijke en huiveringwekkende momenten van de wereldgeschiedenis waarop de plechtigheden van gekroonde hoofden plaatsvinden. Dit ene moment is door de camera vastgelegd en aan het nageslacht overgeleverd. De filmstrook heeft al wat schade geleden, de beelden flikkeren. Maar je weet niet of het de gaten zijn die de tand des tijds heeft veroorzaakt of de moleculen van natuurlijk stof, dat de schijnbaar levende objecten als een wolk heeft omgeven. Het is de vreselijkste onwezenlijkheid die de film ooit heeft voortgebracht; een historische dodendans, een opengebroken graf, dat er ooit uitzag als een troon…
 

  • 1

    Welke beelden van het bioscoopjournaal Roth precies becommentarieert, is onduidelijk in deze tekst die reflecteert over de “spiritistische” dimensie van het filmmedium.

  • 2

    “Die roten Millionen” is een begrip uit de vroege Sovjetpropaganda, waarmee de enorme massa’s communistische revolutionairen werden bedoeld.

Beeld uit Tsar of Russia (1914-1918) van British Pathé. Hoewel ze gelijkaardig zijn, zijn dit niet de beelden die Roth beschrijft. 

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in het Duits in de Frankfurter Zeitung (31 december 1925). De Nederlandse vertaling door Els Snick verscheen in Steven Jacobs en Els Snick, red., Joseph Roth, Schijnwereld. Filmkritieken 1919-1935 (Gent: Borgeroff & Lamberigts, 2026). Dit boek wordt uitgelicht in de zomereditie van onze New Book Releases.

Met dank aan Steven Jacobs en Els Snick.

ARTICLE
NL
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati zei ooit: “Ik wil dat de film begint op het moment dat je de cinemazaal verlaat.” Een film zet zich vast in je bewegingen en je manier van kijken. Na een film van Chaplin betrap je jezelf op klungelige sprongen, na een Rohmer is het altijd zomer en de geest van Chantal Akerman waart onomstotelijk rond in de keuken. In deze rubriek neemt een Sabzian-redactielid een film mee naar buiten en ontwaart kruisverbindingen tussen cinema en leven.