Article NL
18.05.2022
Fernand Deligny 1978
Vertaald door
Introductie door

Sabzian publiceert de komende maanden de eerste Nederlandstalige vertalingen van enkele teksten van Fernand Deligny over de notie van het camereren. Deligny’s filmproducties en audiovisuele experimenten gingen samen met geschreven reflecties over de camera. Zijn schriftuur wordt gekenmerkt door vormelijke wildheid en raadselachtigheid, vol woordspelingen, provocaties en boutades. Hij schreef verschillende teksten over camereren, een werkwoord dat zich onderscheidt van wat we doorgaans filmen noemen. Via dit neologisme opende hij een uniek perspectief op de camera. Deligny: “Woorden hebben een geschiedenis. Wat het woordenboek ons zegt over projecteren, eertijds, roept ‘buitengooien’ op, terwijl het woord project, dat dezelfde oorsprong heeft, ‘alles waarmee de mens beoogt de wereld of zichzelf op een bepaalde manier te wijzigen’ voor de geest haalt.”

Article NL
11.05.2022

Met Eric de Kuyper als rug en spilfiguur heeft de Nijmeegse school in 1986 al vier films afgeleverd: Casta Diva, Naughty Boys, Mathilde (van Emile Poppe) en A Strange Love Affair (samen met Paul Verstraten). Constanten zijn dat deze films heel snel zijn gemaakt, met weinig geld, dat er gretig uit films in wordt geciteerd, dat ze in zwart-wit zijn en dat ze andere visuele en auditieve prikkels uitsturen dan de doorsnee speelfilm. Een bloemlezing uit de Kuypers mijmeringen.

Conversation NL
11.05.2022

Na zijn debuut Casta Diva (1982) leverde Eric de Kuyper in 1984 Naughty Boys af. Een nieuwe film van de Belgische regisseur die tot dan toe vooral actief was geweest als televisieproducent- en programmator, schrijver, docent en onderzoeker. “Ik weet uit ervaring hoe veel andere mensen films maken of gemaakt hebben en ik had voor mezelf besloten: nou, op die manier maak ik vast geen films! Alleen wist ik niet zo meteen hoe eraan te ontsnappen. Maar voor mij, zoals ik eerder ook al aangaf, is een film maken een soort feestje, een soort plezierige samenwerking van verschillende mensen die graag met elkaar werken. En dat is de basis geworden.”

Article NL
11.05.2022

In 1982 debuteerde de Belgische filmcriticus/docent/academicus/televisieproducent en -programmator Eric de Kuyper met Casta Diva, een film die internationaal meteen werd opgemerkt. Deze tekst is zijn toelichting bij de subsidieaanvraag voor het Nederlands filmfonds, waarin hij vooral tracht zijn fascinatie te omschrijven en niet via woorden de beelden te evoceren. “Mijn weigering om een klassiek scenario te schrijven [mag] geïnterpreteerd worden als functioneel. In die zin dat ik van mening ben dat: 1. niet alle films ‘klassieke speelfilms’ hoeven te zijn; 2. men in bepaalde contextuele (voornamelijk financiële) omstandigheden naar andere filmvormen moet streven. Geen speelfilm betekent dus niet automatisch een ‘documentaire’ of ‘dus, een experimentele film’.”

Article NL EN DE
4.05.2022
1 2 3

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “I’ve never enjoyed teaching or gained anything from it, least of all in a state college of fine arts, those state-run breeding grounds for irrationality, where teachers and students are out to do each other one better at cooking up pretentious ideas.”

Article NL EN DE
4.05.2022
1 2 3

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “Ik heb lesgeven nooit leuk gevonden, ik heb er nooit veel aan gehad. Zeker niet op een hogeschool voor beeldende kunsten, die door de staat gerunde broeinesten van irrationaliteit waar docenten en studenten elkaar met hun pretentieuze ideeën de loef proberen af te steken.”

Article NL EN DE
4.05.2022
1 2 3

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Unterrichten hat mir nie Spass gemacht, mir nie etwas gegeben. Am wenigsten an einer Staatlichen Hochschule für Bildende Künste, diesen staatlichen Brutstatten der Irrationalität, wo Lehrer und Schüler sich an verschmockten Ideen zu übertreffen versuchen.”

Article EN
27.04.2022

Asked about his use of sound, Apichatpong has this to say: “I want it to resonate in the heart.” Does it resonate in the world? “What's that sound?” Apichatpong's films suggest many answers to this recurring question, or no answers at all, only openings. Loud bang in sleep, subliminal roar, deep groaning voices of howler monkeys; all inchoate, the invisible entity that stalks us through life. Sound is here on earth with us, calling to another place, beyond physical life.

Article NL EN
20.04.2022

Schrijven over Ophüls of Ozu op een hoekje van de keukentafel... omgeven door de geur van het dagelijks leven. Koken, “eten maken” – en zich zo beschermen tegen de kwelling van het schrijven. Een houding die voor mij moeilijk te begrijpen is, zo verschillend is mijn eigen benadering van het schrijven. (En waarschijnlijk ook die van het koken.) Dat deze prachtige teksten zijn ontstaan tussen pruttelende boeuf bourguignon en flan caramel die nog bereid moet worden, blijft voor mij een raadsel.

Article NL EN
20.04.2022

Writing about Ophüls or Ozu on a corner of the kitchen table... surrounded by the smell of everyday life. Cooking, “making food” – thus protecting herself from the torment of writing. An attitude that is difficult for me to understand, my own approach to writing being quite different. (The same goes for my approach of cooking.) It remains a mystery to me that these beautiful texts originated between simmering boeuf bourguignon and caramel flan, still to be prepared. 

Article NL EN DE
13.04.2022
1 2 3

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “In de herfst van ’63 was ik vastbesloten om naar de DDR te verhuizen. In een fabriek wilde ik werken. Meer zelfs, ik vond dat ik mijn bestaan fundamenteel moest veranderen. In Berlijn (DDR) stuurden ze me echter dagenlang van het ene ministerie naar het andere en weigerden ze beleefd. Een kritiek rondbazuinende, werkloze Oostenrijker kon deze eerste Duitse arbeiders- en boerenstaat niet gebruiken. Daar zal ik hen eeuwig dankbaar voor zijn.”

Article NL EN DE
13.04.2022
1 2 3

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Im Herbst ’63 war ich entschlossen, in die DDR zu übersiedeln. In einer Fabrik wollte ich arbeiten, mehr noch: ich meinte mein Dasein grundsätzlich verändern zu müssen. Doch in Berlin (DDR) schickte man mich tagelang von einem Ministerium zum anderen, lehnte höflich ab. Einen herumkritisierenden berufslosen Österreicher konnte dieser erste deutsche Arbeiter- und Bauernstaat nicht gebrauchen. Dafür will ich ihm ewig dankbar sein.”

Article NL EN DE
13.04.2022
1 2 3

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “In fall 1963, I was determined to settle in the German Democratic Republic. I wanted to work in a factory. More: I was convinced that I had radically to alter my existence. In East Berlin, however, I was sent from one ministry to the other for days on end, and my request was politely declined. The first German workers’ and peasants’ state had no use for an Austrian without a profession who went around criticizing everything. I will be forever grateful to it for that.”

Conversation NL EN
6.04.2022

This year, the American film director Gus Van Sant created his first stage production called Trouble, a musical about Andy Warhol. On the occasion of the premiere in De Singel in Antwerp, Sabzian has a conversation with Van Sant to talk about four films that marked a period of formal experimentation in his oeuvre: Gerry (2002), Elephant (2003), Last Days (2005) and Paranoid Park (2007). Gus Van Sant: “The blocking itself is the main feature of the scene. When you’re using a storyboard, you’re adapting the locations and the actors to the storyboard, which is already fixed when the characters come in the frame. This is the main reason I started to work without a storyboard because the characters can work the scene better. They can make things happen within that timeframe as opposed to working with single shots.”

Conversation NL EN
6.04.2022

De Amerikaanse filmregisseur Gus Van Sant maakte vorig jaar zijn eerste theaterproductie, Trouble, een musical over Andy Warhol. Bij de première van het stuk in De Singel in Antwerpen sprak Sabzian met Van Sant over vier van zijn films die samen een periode van vormelijk experiment betekenen binnen zijn oeuvre: Gerry (2002), Elephant (2003), Last Days (2005) en Paranoid Park (2007). Gus Van Sant: “Het afbakenen is het belangrijkste kenmerk van een scène. Wanneer je een storyboard gebruikt, pas je de locaties en de acteurs aan aan het storyboard, dat al vastligt wanneer de personages in beeld komen. Dat is de belangrijkste reden waarom ik zonder storyboard ben gaan werken, omdat de personages dan beter in de scène zitten. Ze kunnen dingen laten gebeuren binnen een tijdsbestek en dat lukt niet wanneer je met losse shots werkt.”

Article NL
6.04.2022

Anno 2022 zijn geluid en luisteren een essentieel onderdeel geworden van het creatief proces van films maken. Sinds de digitale revolutie ligt het monteren van klank  en beeld binnen handbereik van de filmmaker zelf. Hierdoor is een werkelijk audiovisuele aanpak in de montage meer dan ooit mogelijk, met fascinerende gevolgen. (...) In Paranoid Park verknoopt Van Sant de vele draden uit Alex’ innerlijke wereld. De film is opgebouwd vanuit zorgvuldig uitgekozen visueel en auditief materiaal en uitgewerkt tot een polyfone en multispatiale audiovisuele compositie. 

Article EN
30.03.2022

Encounters (2006), directed and edited by Pierre-Marie Goulet, is a film whose 105 minutes unfold much longer periods of time, counted in years and decades, through voices, places, natures and faces. The filmmaker himself readily accepts that he is one of those travellers called smugglers [passeurs], had the term not been sullied by other connotations.

Article NL
23.03.2022

Nomadland is opgedragen aan “zij die moesten vertrekken”, een groeiende groep mensen in Amerika die niet genoeg verdienen voor een huis en zo tot een nomadische levensstijl zijn gekomen. Naast vloeiende tracking shots van de Amazon-fabriek bevat Nomadland adembenemende natuurbeelden en intimistische portretten van mensen die van hun noodlot een levensstijl hebben gemaakt. De ontroering van de toeschouwer heeft maar een klein rouwrandje. De gedachte dat er iets mis is met een samenleving waarin mensen in extreem precaire situaties terechtkomen dooft al snel uit in de paarse avondschemering. Ze zijn arm maar gelukkig. En ergens sluimert de gedachte “ze zijn gelukkig omdat ze arm zijn”.

Article NL
16.03.2022
Fernand Deligny 1975
Vertaald door
Introductie door

Sabzian publiceert de komende maanden de eerste Nederlandstalige vertalingen van enkele teksten van Fernand Deligny over de notie van het camereren. Deligny’s filmproducties en audiovisuele experimenten gingen samen met geschreven reflecties over de camera. Zijn schriftuur wordt gekenmerkt door vormelijke wildheid en raadselachtigheid, vol woordspelingen, provocaties en boutades. Hij schreef verschillende teksten over camereren, een werkwoord dat zich onderscheidt van wat we doorgaans filmen noemen. Via dit neologisme opende hij een uniek perspectief op de camera. Deligny: “‘Filmen’ lijkt me een merkwaardig werkwoord. Als het op het schrijven van een boek aankomt, zeg je niet ‘boeken’. En peindre heet niet tableauter. Hieruit blijkt dat, wat film betreft, het eindproduct de overhand neemt en een werkwoord wordt.”

Correspondence EN
9.03.2022

“When we left the theatre at the Viennale after seeing Cow by Andrea Arnold, I was brushing the tears away from my eyes. Is an insightful conversation possible when one is clouded by emotions? I do think this is possible, because what happened during this film might be of interest to us.”

Article NL EN DE
2.03.2022
1 2 3

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “The discrepancy between subjective pleasure and objective cognition troubles me less where movies are involved than anywhere else. I never have been able to understand the constructions and contortions of certain, usually “conscious,” movie fans who go to great lengths to transcend impressions based on their own likes and dislikes by means of quasi-objective judgments. I, in contrast, don’t find it embarrassing to exploit precisely this subjective freedom. Everyone has (in cinema too) his or her favourite tearjerker.”

Article NL EN DE
2.03.2022
1 2 3

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “Bij film baart de discrepantie tussen subjectief genoegen en objectieve kennis mij minder zorgen. Ik heb nooit de gedachteconstructies en buitelingen kunnen begrijpen van sommige “bewuste” filmfans die moeite doen om hun persoonlijke smaak te overstijgen door een quasi-geobjectiveerd oordeel. Ik geneer mij in het geheel niet om precies van deze subjectieve ruimte gebruik te maken – tenslotte heeft iedereen (ook in de bioscoop) zijn tranentrekkers.”

Article NL EN DE
2.03.2022
1 2 3

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Die Diskrepanz zwischen subjektivem Gefallen und objektiver Erkenntnis würde mich überall mehr als beim Movie beunruhigen. Nie konnte ich die Konstruktionen und Purzelbäumer einzelner, meist “bewusster” Kinofans verstehen, angestrengt Ihren persönlichen Geschmackseindruck durch ein quasiobjektiviertes Urteil zu transzendieren. Ich hingegen geniere mich nicht im Ausnützen gerade dieses subjektivierten Freiraums - es hat doch jeder (auch im Kino) seine Heuler.”

Article NL EN DE
2.03.2022
Julian Volz 2022
Translated by

At the end of the 1960s, there was a change of generations at the magazine [Filmkritik] and the editorial work was henceforth led by a collective, the film critics’ co-operative. From that moment, the magazine stopped being a film magazine oriented towards current cinema events and, instead, published thematic issues devoted entirely to one subject and without any formal guidelines. The issues’ respective guest authors and designers were free from editorial intervention. Only these conditions made it possible for literary and film personalities such as Straschek to cover an entire issue with a thoroughly composed biographical essay.

Article NL EN DE
2.03.2022
Julian Volz 2022
Vertaald door

Aan het eind van de jaren zestig vond er een generatiewisseling plaats bij het tijdschrift [Filmkritik]. Voortaan werd de redactie geleid door een collectief, de coöperatieve van filmcritici. Het blad verloor zijn karakter als filmtijdschrift gericht op de filmactualiteit. In plaats daarvan verschenen er themanummers die volledig gewijd waren aan één onderwerp en waarvoor geen vormelijke richtlijnen bestonden. De betreffende gastauteurs en ontwerpers van de nummers waren niet onderworpen aan enige tussenkomst van de redactie. Alleen deze omstandigheden maakten het mogelijk dat een literaire en filmpersoonlijkheid als Straschek een heel nummer voor zijn rekening nam met een grondig gecomponeerd biografisch essay.

Article NL EN DE
2.03.2022

Zu Ende der 1960er Jahre stand ein Generationswechsel in der Zeitschrift [Filmkritik] an und die redaktionelle Arbeit wurde seitdem von einem Kollektiv, der Filmkritiker-Kooperative, geleitet. Ab diesem Zeitpunkt verlor das Heft vollständig seinen Charakter als einer am aktuellen Kinogeschehen orientierten Filmzeitschrift. Stattdessen erschienen Themenhefte, die sich voll und ganz einem Sujet widmeten und für die keinerlei formalen Vorgaben bestanden. Die jeweiligen Gastautor*innen und Gestalter*innen der Nummern unterlagen keinen Eingriffen der Redaktion. Nur unter diesen Bedingungen war es dann auch möglich, dass literarisch und filmisch bewanderte Persönlichkeiten wie Straschek ein ganzes Heft mit einem durchkomponierten biographischen Essay bespielen konnten.

Article NL
23.02.2022

In het Westen wordt het werk van Ozu meestal in verband gebracht met de cultuur waartoe hij behoorde en waarmee hij zonder twijfel een grote affiniteit had: het zenboeddhisme. Volgens de drie meest toonaangevende commentatoren, Donald Richie, Noël Burch en Paul Schrader, draaien de films van Ozu rond een verzoening met het onherroepelijke. (...) Toch is er ook een totaal andere interpretatie van Ozu’s werk mogelijk. (...) In de interpretatie van Deleuze en Hasumi is Ozu niet langer slechts een regisseur van de leegte of de reductie, en wil hij ons niet zonder meer aanmanen tot de aanvaarding van onze eindigheid. Volgens hen is het er Ozu allerminst om te doen verschillen uit te wissen maar wil hij ze net zichtbaar maken.

Conversation NL
16.02.2022
Zach Sokol 2021
Vertaald door

John Wilson is een documentairemaker en voormalig privédetective. Zijn idiosyncratische manier van verhalen vertellen navigeert door zijn eigen neuroses en vat tegelijkertijd de uitgestrekte essentie van New York en haar inwoners.  Wilson: “Zelfs in de meest nauwkeurige narratieve voorstellingen van New York City is er precies nog steeds iets dat ontbreekt. (...) De stad zelf biedt al de rijkste taferelen op de planeet. Het feit dat mensen het vervolgens verdunnen met kunstmatig spul is jammer. Ik wil zoveel mogelijk van New York filmen omdat dingen hier zo snel verdwijnen. Die impuls is nooit echt weggegaan.”

Article NL
16.02.2022

“Als je maar lang genoeg alles filmt wat je aandacht trekt, vormen er zich langzaamaan patronen in je beelden. Maar de beelden wijzen ook terug. In dit geval tonen ze ons niet alleen Manhattan, ze tonen net zo goed John Wilson: een introverte man van in de dertig die met zijn cameraatje door New York trekt. Filmen is voor hem een manier om naar buiten te treden, om met mensen in contact te komen, om te spreken. Het lijkt alsof hij op een gegeven moment in zijn leven besefte dat hij zijn schuchtere karakter, dat hem tot dan toe zo vaak in de weg had gezeten, ook ten goede kon gebruiken. Op zijn eigen manier zette hij vervolgens zijn verlegenheid in – als een wapen en als een schild.”

Conversation NL EN
9.02.2022

Gerard-Jan Claes and Olivia Rochette’s new, long documentary, Kind Hearts, follows Billie and Lucas, a young couple from Brussels. Once again, connection through exchange is central. (...) Exchanging views is a dynamic process for them in which observation is central. With great attention and dedication to detail, they capture the adolescent lives without wanting to leave their mark on them. In this way, reality unfolds within a carefully composed cinematic space. Rochette: “Films can be very manipulative. We try to make films that offer an open space rather than a trajectory with clear reference points for emotions or interpretations.”

Conversation NL EN
9.02.2022

Gerard-Jan Claes’ en Olivia Rochettes nieuwe lange documentaire Kind Hearts volgt Billie en Lucas, een jong Brussels koppel. Ook hier staat verbinding door uitwisseling centraal. (...) Met elkaar van gedachten wisselen is bij hen een dynamisch proces waarbij observatie centraal staat. Met een grote aandacht en toewijding voor detail wordt het leven van jongeren vastgelegd, zonder er een stempel op te willen drukken. Zo ontplooit de realiteit zich binnen een zorgvuldig gecomponeerde filmische ruimte. Rochette: “Films kunnen heel sturend zijn. Wij proberen films te maken die een open ruimte bieden in plaats van een parcours met duidelijke referentiepunten voor emoties of interpretaties.”

Article NL EN
2.02.2022
Frieda Grafe 1973
Translated by

In the coming months, Sabzian will publish a dozen new translations of the work of the German film critic Frieda Grafe, the “queen of German film criticism”. Frieda Grafe: “Ozu is a Zen filmmaker who, in the position of the one who looks and waits, does not want to change the world, but makes himself flat and indifferent like a surface of water, ready for the impressions of the world. When filming, the camera is always a fraction off from his gaze: the space gives a fragmented impression.”

Article NL
19.01.2022

Deze film [Le moindre geste] – weerbarstig toevalsdocument, ruwe parel – lijkt te ontglippen aan elke poging tot categorisering. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de initiatiefnemer, Fernand Deligny (1913-1996). Deze Franse pedagoog, die een leven lang werkte met delinquente, psychisch kwetsbare en mentaal beperkte kinderen en jongeren, valt evengoed schrijver, poëet, filosoof, cineast, … te noemen. Zijn nalatenschap bevat allerlei artefacten: essays, verhalen, scenario’s, toneelstukken, sprookjes, brieven en cartografische tekeningen. Le moindre geste is de eerste van vier films die hij realiseerde in nauwe samenwerking met een wisselende entourage van medewerkers. 

Manifesto NL FR EN
23.12.2021

Previously, images were in the world. Today, it is the world that is swimming in an ocean of images. Our real, material and unique world; woven from and overflowing with real, immaterial, numbered (made of numbers), innumerable images. If one wants to observe contemporary cinema one must place it in the context of this exponentially rising quantitative and qualitative power of images, question the role it has played and still plays.

Manifesto NL FR EN
23.12.2021

Vroeger bevonden beelden zich in de wereld. Vandaag is het de wereld die baadt in een zee van beelden. Onze werkelijke, materiële en unieke wereld; geweven en overlopend van werkelijke, immateriële, genummerde (uit getallen bestaande), ontelbare beelden. De hedendaagse cinema observeren dwingt ons ertoe hem in de context te plaatsen van de exponentieel stijgende kwantitatieve en kwalitatieve macht van beelden en ons af te vragen welke rol cinema hierin heeft gespeeld en nog steeds speelt.

Manifesto NL FR EN
23.12.2021

Auparavant, les images étaient dans le monde. Aujourd’hui, c’est le monde qui baigne dans un océan d’images. Notre monde réel, matériel et unique ; tissé et débordé d’images réelles, immatérielles, nombrées (constituées de chiffres), innombrables. Observer le cinéma contemporain oblige à inscrire celui-ci dans le contexte de cette exponentielle montée en puissance quantitative et qualitative des images, à s’interroger sur le rôle qu’il y a joué et joue encore.

Article FR
23.12.2021

Décaméron électronique, La Loupe constitua l’une des plus généreuses, prodigues, désintéressées, efficaces des expériences collectives de cinéphilie, conduite au cours du premier enfermement pandémique généralisé. Pendant 17 mois (mars 2020-12 juillet 2021), La Loupe permit à des milliers de personnes de par le monde (jusqu’à 16 000) d’échanger fichiers de films non commercialisés, textes, idées, informations et suggestions dans un esprit de découverte effervescent. A l'occasion de son State of Cinema, Nicole Brenez ajoute en annexe cette proposition de Luc Vialle : « Bonsoir les loupistes, je vous propose en guise d’anniversaire de La loupe bien en retard un post sur le sexe, les sexualités et genres au cinéma ainsi que la représentation des hommes, des femmes et des Queers. »

Conversation FR EN
22.12.2021

A.I. at War n’est pas un film de guerre comme j’ai pu en tourner. Je ne cherche pas tant à filmer la bataille que le symbole de la destruction et de la dévastation. Pour moi, l’atmosphère apocalyptique est une métaphore de notre humanité actuelle.

Article EN
15.12.2021

Harun Farocki, in all his works, elaborates and un folds an intensive and meditated form of encounter that we have named “visual study”. What is visual study? It is a matter of a frontal encounter, a face-to-face encounter between an existing image and a figurative project dedicated to observing It – in other words, a study of the image by means of the image itself.

Article EN
15.12.2021

I wish to question what could be an internationalism for today, in the field of cinema – a critical internationalism that defies the powers of state, nation, administration and global economy. Almost all the examples I will cite are provided by filmmakers who are trying to help, through images, people other than their own. Thanks to the films themselves, it seems possible to consider, even very briefly, new proposals concerning the conception of history; the conception of the history of cinema; of an oeuvre; of the filmmaker; of political forms; of curating; and, finally, of spectatorship.

Article EN
15.12.2021

With a few remarkable exceptions (Jean Mitry, Jonathan Rosenbaum, Noel Burch ...), the history of cinema has mainly been recounted from the industry’s point of view. May this contribution to a history of forms help us to escape such a dominant ideology and reconsider the works and the artists from a different perspective. Today the violence of the cultural industry is so cynically triumphant that it is possible to establish a law of inverse proportions between the social visibility of a film and its real eminence. 

Article EN
15.12.2021

In 2010, with the full-length film X+, Marylène Negro takes up a new dimension of human experience: the collectivity. “A Picture of Us”. What are the aggregating forces that bring forth this drive – brusque or slow, woven from facts, simplifications and resonances that we call, always approximately, collective history? Unendlessly, the cinema records silhouettes, groups, crowds, masses – fleeting passers-by of a period they are going through, tiny extras of a zeitgeist that carries them along.

Article EN
15.12.2021

Between 2010 and 2011, the filmmakers and artists José Luis Guérin and Jonas Mekas exchanged nine video letters as the result of an initiative of Jordi Balló. The result was a feature-length film of infinite tenderness, assembling a personal diary, travelogues and key reflections about images. Existential cinephilia, poetic horizons, artistic kinship, elegiac sensibility, a community of views, radicalness, autonomy, all these things bring together these two “friends in cinema” (as Jonas Mekas puts it), whose respective works are characterised by the renewal of descriptive forms and the challenges of observation.

Article EN
15.12.2021

Nicole Brenez is an essential figure in film criticism and contemporary cinema studies. Her analytical and passionate approach to cinema, emerging from her extraordinary creative freedom, has earned her the respect and admiration of critics all over the world. Her widely followed work has never ceased to highlight the exciting challenges of engaged cinema, the kind that commits to artistic investigation as well as to the urgent social and political issues that concern us all.

Article EN
15.12.2021

Every film by René Vautier constitutes a pamphlet, a shield for the oppressed and the victims of history, a little war machine for justice. And like weapons in an underground cell, these films serve, are donated, exchanged, lent, thrown away, destroyed, lost, or hidden and sometimes forgotten in their hideout for a long time. In this regard, every work by René Vautier constitutes a special case, an episode in probably the most novelistic story in the history of cinema. Full of scars though they might be, these films are of a real beauty, not only in the aesthetic and stylistic sense, but in the sense of a cinema elevated to the plenitude of its necessity and its powers. 

Article EN
15.12.2021

Few theorists have been as critical of cinema as T.W. Adorno. Critical in this context implies all of the following: methodical, negative and subtle. … For [Adorno], cinema and popular or popularised music … were emblematic of how works of art had become commodified cultural products. A cultural “commodity” represents simultaneously the means of a confiscation, a mode of corruption, a simulacrum, and a sort of formal joke. … [C]inema, which arose out of techniques of recording and whose primary goal is reproduction organised into an industry, appears from the start as a powerful instrument of domination, propaganda and falsification. Adorno’s achievement consists in his having furnished us with instruments for understanding ideology as much as for defining the concept of art.