prisma NL
18.10.2017
Prisma #12

Wendy and Lucy (Kelly Reichardt, 2008)

De vagebond en haar hond in Wendy and Lucy (2008) doen denken aan Chaplins A Dog’s Life (1918), waardoor opvalt hoe immobiel hun wereld geworden is. Bij Wendy barst na het stelen van wat eten in een crisistijd geen conflict uit met politieagenten die optreden als de voornaamste beschermers van de klassenscheiding. Haar diefstal bevestigt en verdiept enkel de spiraal van sociale uitsluiting en isolatie. Transgressie in fictie schijnt wel onmogelijk. Zo lijkt het stilvallen van de onherstelbaar defecte auto die Wendy tot zwerven aanzet zich wel te verspreiden over de hele film. Het ontwrichtende, armoedige kereltje dat tegen alle tegenslag in zijn leven bijeen probeert te rapen, en dat getuige is van het geweld in de wereld terwijl hij er tegelijk een spel van maakt, is een dolende figuur geworden die van de ene heimelijke ontmoeting naar de andere zwalkt, zonder iets te kunnen veranderen. Net als de Tramp past Wendy niet in de gevestigde orde, maar de anarchie die Chaplins zwerver kon stichten, even rigoureus als zinloos, is tenietgedaan. De speelsheid waarmee hij eender welke identiteit kon aannemen is versteend in de identiteit van de naar de marges verbannen ‘outcast’. Reichardt heeft haar films omschreven als “gewoon glimpen van passerende mensen”. De jonge vrouw uit Wendy and Lucy, richtingloos op zoek naar haar verloren hond, onderneemt een deleuziaanse ‘stationaire reis’ door de ‘espace quelconque’ van een voormalig industrieel stadje dat is bezweken onder slijtage en ennui. In die eentonige en vergankelijke wereld lijkt enkel in het gezelschap van dieren een blijvende verbondenheid te bestaan. Het hartverscheurende moment waarop Wendy eindelijk Lucy vindt, maar besluit om haar achter te laten waar ze nog kan worden verzorgd, brengt de film terug naar zijn startpunt, naar het voorstedelijke spoorwegemplacement waar de aanwezigheid van hobo’s en vagebonden het beeld van de Grote Depressie oproept. Het gefluit van de trein waarmee Wendy vertrekt, klinkt niet als de roep van de wildernis, maar als een echo van een half vergeten verleden toen het grote vertrek nog uitzicht bood op een horizon van verandering.

Deze tekst is een fragment uit een Engelstalige bijdrage aan het onderzoeksproject Figures of Dissent (KASK/UGent). 
Deze Prisma verscheen als ‘Prisma #7’ in Filmmagie #677, september 2017.