Films byTexts by Emmanuel Burdeau
article FR EN
18.04.2018

Vertical cinema, films that walk. Horizontal cinema, films that are recumbent. Between them is a time outside time, the same duration alien to the laws of work, of reason and of health. How, and until when, can a life be extended once it seems to have left itself behind? What virtual actions remain latent within what appears to be the most complete inaction? From indefatigable walking to the fatigue of the recumbent, the spectacular reversal of postures is also accompanied by a shared perseverance: Wang Bing’s gesture consists in disengaging from the core of exhaustion the ultimate fragments of the possible.

article FR EN
18.04.2018

Cinéma vertical, films qui marchent. Cinéma horizontal, films qui gisent. Des uns aux autres s’ouvrent le même temps, la même durée étrangère aux lois du travail, de la raison et de la santé. Comment, et jusqu’à quand, une vie peut-elle se prolonger, à partir du moment où elle semble comme sortie d’elle-même ? De quelles virtualités d’action l’inaction a priori la plus complète est encore grosse ? De l’infatigable marche à la fatigue des gisants, s’il y a un spectaculaire bouleversement des postures, se développe aussi une commune persévérance : le geste de Wang Bing dégage d’ultimes fragments de possible du cœur de l’épuisement.

article NL
9.11.2014

“Een psychiatrisch ziekenhuis is, op zich, geen origineel thema. Het verhaal van Feng ai [’Til Madness Do Us Part] had zich zeker ook elders kunnen afspelen. Het is een alledaags verhaal. Toch is geestesziekte natuurlijk een interessant onderwerp, met name in China. Geestesziekte bevrijdt de mens, in zekere zin, want ze bevrijdt hem van het juk van de wet. Tegelijkertijd maakt ze hem kwetsbaarder … [...] Het leven dat men buiten een inrichting waarneemt is in wezen niet zo verschillend van het leven dat men binnen kan waarnemen. Wat me interesseerde was minder het ziekenhuis dan de patiënten en het leven dat ze er leidden. Zij beschouwen die plek niet als een ziekenhuis maar als een plaats waar ze leven. [...] Het is hun huis. Ze leven er alsof ze thuis zijn, sommigen blijven er zelfs tot hun dood. Ik was al vroeg getroffen door de indruk dat in veel opzichten er meer menselijkheid binnen dan buiten het ziekenhuis was.”