article NL
23.04.2014
Zwaartekracht

(1) Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

De regisseur is een ambachtsman. Hij gebruikt zijn vakkennis om een werk te leveren dat blijk geeft van zijn ervaring en inzicht in de arbeid van het filmen. De camera is een oog dat kijkt. Wij zien een film als een verre echo van wat de cameraman ervoer toen hij door de zoeker van zijn camera keek. Maar de camera is een machine. Het wordt gebruikt als een technisch instrument voor het maken van een film. De camera kan met dezelfde wetenschappelijke exactheid als een telescoop of microscoop beelden vastleggen. Het kan zien wat zo ver weg ligt of zo klein is dat het met het blote oog niet waargenomen kan worden. Maar de filmcamera kan meer dan deze technische instrumenten. Het kan mensen filmen, van top tot teen. Niet alleen als celstructuur en niet alleen als onderdeel van een sterrenstelsel. Je kunt het gevoel hebben dat je tegenover iemand staat.

De filmzaal is volledig donker. Het scherm is donker, de gezichten van de mensen in de zaal zijn onzichtbaar. Voor even is het helemaal zwart en stil. Dan verschijnen letters op het scherm die de zaal in zweven. Dit is een 3D-film en de letters zijn zo geplaatst dat je ze bijna kunt aanraken. “At 600 km above planet earth the temperature fluctuates between +258 [+125 °C] and -148 [-100 °C] degrees Fahrenheit. There is nothing to carry sound. No air pressure. No oxygen. Life in space is impossible.” Alfonso Cuarón maakt van deze feiten niet alleen het startpunt, maar ook de drijfveer van Gravity.

De ‘ruimte’ is de profane bewegingsruimte die we dagelijks innemen, die in se architecturaal is. Maar ‘de ruimte’ als plaats is altijd die schimmige allesomvattende wereld die buiten de miniruimtes op aarde bestaat. Een plaats aanduiden met ‘de ruimte’ geeft de typering dat er niets is dat een identiteit geeft aan die plek behalve dat het ‘ruimte’ is. Wat het woord voor het heelal aanduidt, is onbegrensde leegte. Dat Gravity zich op deze non-plaats afspeelt toont de onbegrensdheid van de werkelijkheden die in films kunnen bestaan. De bovennatuurlijke realiteit zoals die enkel ervaren kan worden in de film als spektakel, toont de claustrofobie van de oneindigheid. Deze film gaat over mensen die in het niets zweven, met aan de ene zijde de aarde en aan de andere zijde de ruimte, die volledig zwart is. Het is het wijdste uitzicht dat er bestaat, maar het enige dat je ziet zijn de lichamen van de astronauten tegen een egaal zwart vlak. Er is niets dat eenvoudiger weergegeven kan worden dan oneindigheid, want oneindigheid is zwart. Alleen al het feit dat Cuarón ervoor heeft gekozen om een film in 3D te filmen die zich in het decor van een oneindig zwarte ruimte afspeelt is interessant. De acteurs en het ruimteschip hebben meestal een plek ergens midden in de ruimte van het filmbeeld. De achtergrond is altijd een plat zwart vlak, dat dus niet 3D is. Het is alsof je kijkt naar een poppenspel met figuren in de voorgrond, waarachter een zwart gordijn hangt.

(2) Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

Van heel in de verte komt een ruimteschip dichterbij, die in een ruime baan om de aarde zweeft. Rond het schip zweven kleine witte stipjes. Wanneer ze dichterbij komen, zijn ze te herkennen als astronauten. Matt Kowalski (George Clooney) drijft rond met een klein raketje op zijn rug waarmee hij vrij door de ruimte kan bewegen. Ryan Stone (Sandra Bullock) is bezig met een herstelling aan het ruimtestation. Dan komt het bericht dat een Russisch ruimtestation is opgeblazen en dat de brokstukken precies in de baan van het ruimteschip terecht zijn gekomen. Met een snelheid van 300.000 kilometer per uur razen ze voorbij het ruimtestation. Ze vernietigen een groot deel van de apparatuur en doden de collega die samen met Kowalski en Stone aan het werk was. Stone wordt de ruimte in geslingerd en spint rond haar as, ver weg van het station. Haar ronddraaiende beweging wordt door niets belemmerd. Ze blijft met dezelfde kracht rondspinnen als waarmee ze los was geschoten van het schip. De aarde draait als een balletje aan een touw om haar heen.

(3) Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

Dan volgt een shot waarin de camera Stone eerst ten voeten uit vastlegt. Een heldere figuur zweeft in de ruimte van de sterrenhemel, maar ook in de ruimte van de filmzaal. Iedere context rond de figuur van Stone is afwezig. Het beeld blijft evenwijdig met de aarde. Hierdoor tolt Stone rond haar als. Maar wanneer de camera dichterbij komt, begint hij ook met haar mee te draaien. Hierdoor lijkt de aarde gewichtsloos rond haar heen te draaien. De aarde als een leeglopende ballon in de verte, is onmogelijk te herkennen als thuis, in deze non-plaats waar alles relatief is. Het grootste gedeelte van de film ziet Stone de aarde rond zich tollen, zonder dat zij erin slaagt zich daar naar te heroriënteren. Haar doel is zo dichtbij te komen dat de zwaartekracht van de aarde haar naar zich toe trekt. Ze moet terugkeren naar de plek waar de natuurkrachten weer op mensenmaat zijn.

(4) Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

Dit alles klinkt heel minimaal. Het is een verhaal van bijna niets op een plek die voor het merendeel volledig zwart is en waarin een astronaute een gevecht aangaat met hendels en knoppen, handleidingen en kabels. Er zijn geen achtervolgingen, er is geen vijand, er zijn geen massascènes of tegenspelers. Stone is enkel in de weer met het oplossen van technische problemen. En dat is enorm spannend. De plek waar zij zich bevindt is onleefbaar en alleen door techniek te beheersen kan er een microklimaat in stand gehouden worden. De constante spanning komt voort uit het zoeken naar een ruimte waar zuurstof is, waar luchtdruk en temperatuur onder controle kunnen worden gehouden. Het scenario is opgebouwd rond een verzameling gigantische apparaten die beschadigd zijn.

Het avontuur speelt zich af op het vlak van techniek, maar ook de film is een technische krachttoer. De totale crew bedroeg meer dan zevenhonderd mensen, waarvan het grootste gedeelte bestond uit technici. Het budget van 100 miljoen dollar is aangewend om vernieuwingen in opnametechniek te gebruiken om een perfect beeld te maken. De productie van Gravity is een technische aangelegenheid. De beelden zien eruit alsof niemand ze gefilmd heeft. Ieder beeld ziet eruit als een robotbeeld, een technisch beeld waarachter enkel een machine zit. Er is gewerkt met robotarmen die camera en acteur ten opzichte van elkaar bewegen, aangedreven door een voorgeprogrammeerde partituur van bewegingen. De bewegingen die de camera uitvoert leveren beelden op die we voornamelijk uit animatiefilms en computerspellen herkennen.

(5) Setfoto Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

Camerabewegingen in het digitale beeld zijn een soort modelbewegingen. Ze imiteren bijvoorbeeld de beweging van een rijder en combineren deze vervolgens met een crane shot dat overgaat naar een top shot. Er ontstaan bewegingen die onmogelijk door een cameraman gemaakt zouden kunnen worden. Harun Farocki heeft een film gemaakt waarin hij de ontwikkeling van het computergegenereerde beeld in kaart brengt. Parallel (2012) toont landschappen van computerspellen. In de begindagen van de virtuele wereld werden de natuurlijke elementen symbolisch weergegeven. Water waren blauwe blokjes die aan en uit knipperden. Bomen waren grote vierkante blokjes die enkele pixels heen en weer flikkerden. De technische mogelijkheden groeiden en er ontstonden ingewikkelde rekenmodellen om de bewegingen van luchtstromingen of vuur te imiteren. Zo werd de techniek voor weersvoorspellingen gebruikt om het weer te maken. De pogingen de werkelijkheid te voorspellen werden dus gebruikt om een beeld te produceren. Dat beeld had de wispelturigheid van een weersverwachting, maar de orde van een berekensysteem. Het beeld van de voorspelde wolken verving de echte, onvoorspelbare wolken en was in feite ‘perfecter’. 

(6) Parallel (Harun Farocki, 2012)

In het digitaal realisme van de moderne tijd is realiteit niet langer de maatstaf voor het altijd imperfecte beeld. Nu is het digitale beeld een maatstaf geworden voor de altijd imperfecte realiteit. Digitale beelden kunnen een nauwkeurigere onvoorspelbaarheidssimulatie geven dan gefilmde beelden, die door de grilligheid van de werkelijkheid imperfect aandoen. Een computer kan een perfecter beeld van de werkelijkheid voortbrengen dan de werkelijkheid zelf.

De tendens tot perfectie in technische beelden heeft ongetwijfeld invloed gehad op het gefilmde beeld. Niet alleen textuur wordt getoetst aan het digitaal geconstrueerde beeld, maar ook bewegingen van de camera. In de virtuele wereld kan de camera op een robotmanier bewegen, alsof zwaartekracht en obstakels niet bestaan. In deze stijl is het kijken van de toeschouwer losgemaakt van de blik van een mogelijke cameraman. Het is een onlichamelijke blik. Het is dus een machine die kijkt. Voor Gravity werden er technieken ontwikkeld om de computergeanimeerde camerastijl te kunnen imiteren. Het is dus een omkering van de gebruikelijke verhouding tussen het gefilmde beeld en het computergeanimeerde beeld. De esthetiek van het computergeanimeerde beeld wordt toegepast op gefilmde beelden die daardoor lijken (of zelfs zijn) gefilmd door een robot.

De robotarm wordt een prothese van de cineast en het onmenselijke een maatstaf om de wereld rondom ons te kunnen vastleggen. Er wordt een in essentie onmenselijk beeld geprojecteerd op een scherm, waar wij het kunnen zien en vertalen naar een menselijke beleving. Wat er gebeurt in Gravity is een perfectionering van camerabewegingen in een ruimte die niet begaanbaar is voor mensen. De camera tolt om haar as en zweeft spookachtig door de ingewanden van verlaten ruimtestations. Hoe artificieel deze beelden ook gemaakt zijn, ze trekken je mee in een ervaring. Deze onnatuurlijke bewegingen evoceren de ervaring van gewichtsloosheid. Iedere beweging van de camera is gemotiveerd door het verlangen de toeschouwer zich te laten voelen alsof zij zich op die plek bevindt. Het filmbeeld wordt gebruikt als simulator.

Maar het gebruik van robotarmen om een camera te bewegen kan ook voor een ander doel gebruikt worden. Michael Snow maakte met La région centrale (1971), een film waarin zowel de mens als het menselijk perspectief afwezig zijn. Deze film van 180 minuten lang is gefilmd door een camera, gemonteerd op een apparaat dat door een ingenieur werd ontworpen.

(7) Setfoto La région centrale (Michael Snow, 1971)

Tijdens de opnamen was niemand aanwezig. Het apparaat voerde voorgeprogrammeerde bewegingen uit. Snows doel was ‘ontmenselijking’. Hij wilde ieder bewijs van een menselijke aanwezigheid of invloed op het beeld elimineren. Het resultaat is een film die niet alleen een onmenselijke point of view weergeeft, maar ook een verbeelding is van een plaats die onmenselijk is. Snow ontdekte de locatie door op de landkaart van de Canadese provincie Quebec naar een plek te zoeken die zo ver mogelijk is verwijderd van dorpen of steden. Met een helikopter vond hij deze plaats waar geen weg naartoe leidt en waar in de wijde omtrek geen paal is te zien die door een mens in de grond is geslagen. La région centrale heeft overeenkomsten met Gravity, die zich ook afspeelt op een onleefbare plek, waar menselijke aanwezigheid wordt ervaren als onnatuurlijk. Maar de reden waarom Snow zijn camera deze bewegingen liet maken was om een onmenselijkheid te implementeren. De reden waarom Cuarón dit deed was om de ervaring van de hoofdpersonages uit te beelden. Om het beeld dus menselijker te maken, geheel in tegenstelling tot Snow.

Een onmenselijke ruimte wordt door techniek menselijk gemaakt. Cuarón heeft dus radicaal een andere weg gekozen dan Snow en de vervreemding van zijn beelden is geen poging de absurde werkelijkheid van de ruimte te contempleren, maar een manier om de toeschouwer mee te trekken in de werkelijkheid van de personages. En deze inherente mogelijkheid is datgene wat zo aantrekkelijk was aan de film. Het heimelijke verlangen dat de camera losgezongen zou worden van Ryan Stone en van Matt Kowalski. De camera als verloren voorwerp in een ruimte waar mensen zich ternauwernood in leven kunnen houden. Het technische beeld op drift, met ergens in de periferie een astronaut, verwikkeld in een technisch probleem. Het beeld van een tollende wereld, een ronddraaiende astronaute en een traag suizende blik op de oneindige sterrenhemel. Het zou een avonturenfilm over het niets zijn.

Maar helaas gaat het wel ergens over. Matt Kowalski offert zich heldhaftig op voor het leven van Ryan Stone en verdwijnt in de ruimte. Er wordt opzichtig meegedeeld dat Stones dochter is gestorven en ze moet almaar aan haar denken. Wanneer ze alle moed heeft verloren om te proberen terug te keren naar de aarde, komt een droombeeld van Matt Kowalski naast haar zitten. Hij spreekt met haar. Hij overtuigt haar om toch haar strijd weer te hervatten. Dit gaat gepaard met enkele tranen en sentimentele monologen. Deze emotionele lading is overbodige ballast. Het beeld van een traan die langzaam loskomt van het gezicht van Stone en in de ruimte zweeft is overbodig. Misschien gelooft Cuarón niet dat een film ‘werkt’ zonder een emotioneel drama. Maar deze film is in feite te abstract voor Hollywood-dramatiek. Dit is aan de ene kant een compliment, maar anderzijds is het spijtig dat Cuarón het niet aandurfde de weg van het technische drama volledig uit te lopen. Hij nam een zijpad naar het emotionele drama. De verhaallijn is te dun en tegen het moment dat de geest van Kowalski een levenswijsheid komt toefluisteren is het gebroken. Hierdoor blijft het een beloftevolle film. Maar het blijft bij deze belofte.

Beelden (1), (2), (3) en (4) uit Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

Beeld (5) is een setfoto van Gravity (Alfonso Cuarón, 2013)

Beeld (6) uit Parallel (Harun Farocki, 2012)

Beeld (7) is een setfoto van La région centrale (Michael Snow, 1971)