Sabzian

Some Came Running

2/03/2015
Jacques Rancière
PRINTER-FRIENDLY VERSION

 

 

FR

Un petit avertissement pour ceux qui n’ont pas encore vu Some Came Running (Vincente Minnelli, 1958) : le texte de Jacques Rancière ci-dessous révèle la fin du film.

 

Au pied d’un escalier, une femme sort une glace d’un sac en peluche et juge bon de faire un ajout à son maquillage. Rien que de très banal. Pourquoi le spectateur alors sent-il son cœur se serrer ? C’est que cette femme lui semble accomplir ce geste comme si sa vie tout entière dépendait d’un défaut de maquillage. Et, bien sûr, elle en fait trop. Et, de fait, c’est sa vie qu’elle joue en montant dans la salle de classe pour demander à la professeure de lettres si elle est ou non sa rivale. Il suffit de voir la joie qui illumine son visage à entendre la hautaine lui répondre, avec la plus glaciale ironie, qu’elle peut être là-dessus pleinement rassurée. Où aurait-elle jamais pu apprendre que les mots disent autre chose que ce qu’ils disent et que les ornements qui vous embellissent indiquent aussi la classe à laquelle vous appartenez ? On rit ordinairement du naïf qui n’entend pas ce qu’on lui dit. Mais comment ne pas mêler à ce rire la souffrance éprouvée pour celle qui est privée de la science que l’on accorde même aux créatures réputées sans cervelle, la science de l’apparence. Ne pas savoir éviter un excès de fard, de sourire ou de larmes, ne pas savoir s’il faut rire ou pleurer, sentir et ne pas sentir en même temps que l’on se joue de vous. Tout cela passe et repasse sans cesse sur le visage de Ginnie. Jamais on n’a plus parfaitement assemblé sur un même corps les signes de la plus totale ingénuité et les artifices censés garantir une séduction ou prouver un amour. Et c’est tout naturellement au milieu des artifices de la fête foraine que celle qui joue sa vie dans un mot, un regard ou un pinceau de maquillage trouvera la mort, en serrant contre son cœur le coussin où est brodé le mot ‘Sweetheart’. Jamais on n’a représenté avec une plus douce cruauté la violence de la séparation des mondes et le vain effort d’un être pour s’approcher d’une lumière à laquelle il n’a pas droit. Et jamais cinéaste n’a coloré de plus d’enchantements visuels le simple plaisir pris à l’infini d’une tristesse.

C’est cela que le cinéma a par excellence inventé : des corps singuliers porteurs d’émotions nouvelles. La cinéphilie n’est pas l’amour des vieux films. Elle est l’amour de ces inventions singulières qui bouleversent les formes de notre perception et la teneur de nos émotions.

Jacques Rancière

 

Ces mots sur Some Came Running (Vincente Minnelli, 1958) étaient écrits à l’occasion de la deuxième soirée festive de Sabzian, le 14 février 2015

 

 

NL

Een kleine waarschuwing voor hen die Some Came Running (Vincente Minnelli, 1958) nog niet gezien hebben: onderstaande tekst van Jacques Rancière verklapt het einde van de film.  

 

Aan de voet van een trap haalt een vrouw een spiegeltje uit haar pluchen handtas en besluit haar make-up bij te werken. Een banaal tafereel. Waarom dan toch voelt de kijker zijn hart ineenkrimpen? Omdat de vrouw deze geste lijkt uit te voeren alsof haar hele leven afhangt van haar onvolmaakte make-up. En, natuurlijk, zij overdrijft. En, inderdaad, het is haar leven dat zij op het spel zet wanneer zij het leslokaal binnengaat en aan de literatuurdocente vraagt of zij al dan niet haar rivale is. Het volstaat de vreugde te zien die haar gezicht doet stralen wanneer zij de hooghartige vrouw met de meest ijzige ironie hoort antwoorden dat ze zich daarover absoluut geen zorgen hoeft te maken. Waar had zij ooit kunnen leren dat woorden iets anders zeggen dan wat ze zeggen en dat de opsmuk die je gebruikt om je mooier te maken de klasse waartoe je behoort verraadt? We lachen doorgaans met de naïeveling die niet begrijpt wat men hem zegt. Maar hoe kan dit lachen onaangeroerd blijven door de pijn van degene die geen toegang heeft tot de wetenschap die we zelfs toeschrijven aan hersenloze wezens: de wetenschap van de verschijning [l’apparence]. Niet weten hoe een overdaad aan schmink, gelach of tranen te vermijden, niet weten hetzij te lachen hetzij te huilen, tegelijk wel en niet gewaarworden dat men je voor de gek houdt. Dit alles speelt zich onophoudelijk af op het gezicht van Ginnie. Nooit heeft één en hetzelfde lichaam op zo’n volmaakte wijze de tekens van totale onschuld gecombineerd met de kunstgrepen die geacht worden verleiding te garanderen of liefde te bewijzen. En het is uiteraard omgeven door de gekunsteldheden van de kermis dat de vrouw die haar leven op het spel zet met een woord, een blik of een schminkpotlood, de dood zal vinden, een kussen tegen haar hart klemmend waarop het woord ‘Sweetheart’ geborduurd staat. Nooit werd het geweld van de scheiding tussen werelden en de vergeefse poging van iemand om het licht waarop zij geen recht heeft te naderen met een zachtere wreedheid voorgesteld. En nooit heeft een cineast het eenvoudige plezier ontleend aan een onmetelijk verdriet met meer visuele betovering kleur gegeven.

Dat is wat cinema bij uitstek heeft uitgevonden: singuliere lichamen als dragers van nieuwe gevoelens. Cinefilie is niet de liefde voor oude films. Het is de liefde voor deze singuliere uitvindingen die de vormen van onze perceptie en de teneur van onze gevoelens overhoophalen.

Jacques Rancière

 

Deze woorden over Some Came Running (Vincente Minnelli, 1958) werden geschreven ter gelegenheid van de tweede feestelijke avond van Sabzian op 14 februari 2015

Vertaald door Nefer Vanden Bulcke, Veva Leye, Elias Grootaers en Gerard-Jan Claes  

 

 

EN

A little warning to those who didn’t see Some Came Running (Vincente Minnelli, 1958): the following text by Jacques Rancière reveals the ending of the film.

 

At the foot of the stairs, a woman pulls a mirror out of her stuffed bunny purse and decides to apply a bit more make-up. It’s all quite banal. Why is it, then, that the viewer feels a tug at his heartstrings? It’s because this woman performs the gesture as if her entire life depended on this missing make-up. Of course, she puts too much on. And it is in fact her life that she’s staking when she walks up the stairs to ask if the English teacher is or is not her rival. It’s enough to see the joy illuminate her face when she hears the haughty teacher reply, with ice-cold irony, that she has nothing to worry about on that front. Where could she have learned that words say something other than what they’re saying and that the ornaments you use to make you attractive are also indicators of your class? We laugh regularly at the naïf who doesn’t hear what he or she’s being told. But how can we not mix into this laughter the pain experienced for a person deprived of the science we readily grant even those without brains: the science of appearance. Not knowing how to avoid an excess of make-up, tears or laughter; not knowing whether to laugh or cry; feeling and not feeling that you’re being made fun of: all of this is played and replayed ceaselessly on Ginnie’s face. Never has one and the same body so perfectly combined all the signs of complete innocence with all the flourishes supposed to guarantee seduction and prove love. And it is of course amidst the artifices of the fairgrounds that this woman who stakes her life on a word, a gaze or a bit more lipstick meets her end, clutching to her heart the cushion with the word ‘Sweetheart’ embroidered on it. Never has the violent separation of worlds and someone’s vain efforts to inch closer to a light she has no right to been represented with such tender cruelty. And never has a filmmaker coloured with such visual enchantments the simple pleasure taken in boundless sadness.

What cinema has excelled in creating are these singular bodies, conveyors of new emotions. Cinephilia isn’t the love for old films; it’s the love for these singular inventions that wreak havoc in our forms of perceptions and in the tenor of our emotions.

Jacques Rancière

 

These lines on Some Came Running (Vincente Minnelli, 1958) were written for Sabzian’s second festive evening on 14 February 2015

Translated by Emiliano Battista