Sabzian

Robert Bresson: Aantekeningen over de cinematografie (deel 5)

14/05/2014
Sabzian
PRINTER-FRIENDLY VERSION

II Nieuwe aantekeningen 1960-1974

 

Wondrous, wondrous, wondrous machine!
Purcell.

"Is het niet buitengewoon, dat een mens een mens is!" [1] Dat is misschien wat camera en bandrecorder tegen elkaar zeggen tegenover G (model).

*

Je moet evenmin als de visser met zijn hengel weten wat je vangt. (De vis die uit het niets opduikt.)

*

Net als het publiek op het punt staat om aan te voelen, voordat het begrijpt; hoeveel films laten het publiek alles zien en leggen alles uit!

*

Ik herinner me een oude film: DERTIG SECONDEN BOVEN TOKYO. Het leven stond gedurende dertig buitengewone seconden stil [2], waarin niets gebeurde. In werkelijkheid gebeurde er alles. Cinematografie, de kunst van beelden die niets voorstellen.

*

G, superieure man, F, superieure vrouw (modellen), zonder enige kunstgreep. De KUNSTGREEP is dat wat er verborgen is, niet naar buiten is gekomen (niet geopenbaard), in hen.

*

Leonardo beveelt aan (Dagboek) om goed aan het einde te denken, om vooral aan het einde te denken. Het einde, het scherm dat slechts een oppervlak is. Onderwerp je film aan de werkelijkheid van het scherm, zoals een schilder zijn schilderij onderwerpt aan de werkelijkheid van het doek zelf en van de kleuren die erop aangebracht zijn, zoals de beeldhouwer zijn beelden aan de werkelijkheid van het marmer of van het brons onderwerpt.

*

Tien eigenschappen van een voorwerp, volgens Leonardo: licht en donker, kleur en materie, vorm en positie, veraf en dichtbij, beweging en onbeweeglijkheid.

*

De voorbijgangers die ik op de Champs-Élysées tegenkom, maken op mij de indruk van marmeren beelden die als automaten voortbewegen. Maar wanneer hun ogen de mijne ontmoeten, worden deze lopende en kijkende beelden meteen menselijk.

*

Twee mannen die elkaar oog in oog bestrijden. Twee katten die tot elkaar aangetrokken worden...

*

De schijnvermogens van de fotografie overwinnen.

*

IJdele gedachte van 'betere film', van 'kunstfilms'. Kunstfilms zijn die films die het meest van kunst verstoken zijn.

*

Wat ik verwerp als te eenvoudig, is zeer belangrijk en daarop moet dieper worden ingegaan. Dom wantrouwen jegens eenvoudige dingen.

*

Ontwikkeling in een voor bestaande kunsten verboden gebied, dat door hen niet gebruikt kan worden.

*

Het toneel is overbekend, de cinematografie tot nu toe te onbekend.

*

Onweerstaanbare behoefte van het publiek de stars in levende lijve te zien, in de buurt te komen en aan te raken. Het gefotografeerde toneel heeft hen die kans ontnomen. Handtekeningen.

*

De schoonheid van je film zal niet in de beelden zitten (ansichtkaarterij), maar in het onuitspreekbare dat er van uit zal gaan.

*

Je moet met velen zijn om een film te maken, maar alleen één is er nodig die zijn beelden en zijn geluiden maakt, te niet doet, opnieuw maakt, door iedere seconde terug te keren tot de eerste indruk of de eerste gewaarwording, die onbegrijpelijk is voor anderen en waaruit ze zijn ontstaan.

*

Zich ijzeren wetten smeden, al was het maar om met moeite deze te gehoorzamen of er ongehoorzaam aan te zijn.

*

In de ogen van X is de cinema een speciale fabriek; in de ogen van Y een vergroot en uitgebreid toneel. Z ziet de vermenigvuldiging.

*

Telefoon. Zijn stem maakt hem zichtbaar.

*

ECONOMIE. Racine (aan zijn zoon Louis): Ik ken je handschrift zo goed, dat je niet eens je naam hoeft te zetten.

*

De toekomst van de cinematografie behoort aan een nieuwe generatie van eenzame jonge mensen, die hun laatste cent in het maken van een film zullen steken en niet in de greep zullen komen van de materialistische sleur van het vak.

*

In je hartstochtelijke liefde voor de waarheid kan men slechts maniakale neigingen zien.

*

Trek je niets aan van een slechte reputatie. Vrees een goede die je niet zou kunnen volhouden.

*

Toon een grenzeloze bewondering voor de eenvoud en de bescheidenheid van de grote kunstenaars van vroeger, die het mikpunt waren van de laatdunkendheid van de adel.

*

Bedenk wel wat dit precisiewerk je oplegt en dat een acteur (beroeps of niet-beroeps) acteur blijft, zelfs midden in een woestijn.

*

Wonderbaarlijke uit de hemel gevallen machines [3]; ze slechts gebruiken om tot vervelens toe het kunstmatige te herkauwen, zal binnen vijftig jaar onzinnig en dwaas lijken.

*

Het publiek weet niet wat het wil. Leg het je wil en je wellust op.

*

Wordt de nachtegaal zo bewonderd omdat hij altijd hetzelfde lied zingt?

*

Nieuwheid is noch originaliteit noch modernisme. [4]

*

Proust zegt dat Dostojevski vooral in de compositie origineel is. Het is een buitengewoon complex en compact geheel, zuiver innerlijk, met stromen en tegenstromen als van de zee, die men ook bij Proust vindt (wat een verschil trouwens) en waarvan het equivalent geschikt zou zijn voor een film.

*

(1963) Onverhoeds Rome verlaten, de voorbereidingen van LA GENÈSE voor altijd opgegeven, om paal en perk te stellen aan onnozel gebabbel en aan spaken in vermolmde wielen. Wat is het vreemd dat men u kan vragen te doen, wat men zelf zeker niet zou kunnen doen, omdat men niet weet wat het is!

*

Wat kun je al niet uitdrukken met de handen, met het hoofd, met de schouders!... Hoeveel overtollige en lastige woorden zouden dan verdwijnen! Wat een besparing!

*

Trillingen van beelden die ontwaken.

*

Ik heb van mijn film gedroomd, die zichzelf tot stand brengt onder de blik, als een schilderij, dat eeuwig in de maak is.

*

Uit de gedwongenheid tot een mechanische regelmatigheid, uit een mechanisme zal de emotie ontstaan. Aan sommige grote pianisten denken om het te begrijpen.

*

Een grote pianist, geen virtuoos, type Lipatti, slaat precies gelijke noten aan: witte, zelfde duur, zelfde intensiteit; zwarte, 8ste noten, 16de noten, enz. idem. Hij slaat de emotie niet op de toetsen aan. Hij wacht erop. Zij komt en overweldigt zijn vingers, de piano, hem, de zaal.

*

Voortbrenging van emotie verkregen door een weerstand tegen de emotie.

*

Bach, aan het orgel, bewonderd door een leerling, antwoordt: 'Het komt erop aan juist op het goede moment de noten aan te slaan.'

*

Men zou kunnen zeggen dat er twee WAARHEDEN zijn: de ene flauw, alledaags, vervelend, tenminste in de ogen van degene die haar een bedrieglijke kleur geeft, de andere...

*

Bij gebrek aan echtheid, raakt het publiek gehecht aan namaak. De expressionistische manier waarop juffrouw Falconetti haar ogen ten hemel hief, in de film van Dreyer, dwong tot tranen.

*

Die verschrikkelijke dagen waarop ik een afkeer krijg van het opnemen, waarop ik uitgeput ben, machteloos tegenover zoveel obstakels, maken deel uit van mijn werkmethode.

*

Een zeer compacte film zal zich op het eerste gezicht niet van zijn beste kant laten zien. Men ziet eerst wat men al meent te kennen. (Men zou in Parijs een heel klein zaaltje moeten hebben, dat zeer goed uitgerust is, waar slechts één of twee films per jaar gegeven zouden worden.)

*

De exactheid van het doel dwingt tot aftasten. Debussy: 'Ik heb er een week over gedaan om het ene akkoord te verkiezen boven het andere'.

*

Wijs wonderen niet af. Heers over maan en zon. Ontketen donder en bliksem.

*

Wat een verwoestingen, en niet alleen onder het publiek, richt een gemakzuchtige en achterhaalde kritiek aan, die beoordeelt vanuit een toneel-perspectief.

*

Geen historische films die 'toneel' of 'maskerade' zouden voortbrengen. (In PROCES VAN JEANNE D'ARC, heb ik geprobeerd om zonder er een 'toneel' of een 'maskerade' van te maken, met de historische tekst een niet historische waarheid te vinden.)

*

Oscars voor de acteurs wier lichaam, gezicht, stem niet van hen lijken te zijn, niet de zekerheid geven dat zij hun toebehoren.

*

Het is ijdel en onnozel om speciaal voor een publiek te werken. Ik kan wat ik doe, op het moment waarop ik het doe, alleen maar op mezelf uitproberen. Overigens gaat het er slechts om het goed te doen.

*

Wees exact in de vorm, niet altijd in de inhoud (als je kunt).

*

Wat ik niet te weten kan komen van F en van G (modellen) maakt hen voor mij interessant.

*

Verkies hetgeen je intuïtie je ingeeft boven dat wat je hebt bedacht en tien keer opnieuw bedacht.

*

De ideeën die je bij het lezen hebt gekregen, zullen altijd boekenideeën blijven. Rechtstreeks naar de personen en voorwerpen gaan.

*

Heb het oog van de schilder. De schilder schept door te kijken.

*

Het pistoolschot van het oog van de schilder doet de werkelijkheid uiteenspatten. Vervolgens zet de schilder haar weer in elkaar en ordent haar in dat zelfde oog, volgens zijn smaak, zijn methoden, zijn schoonheidsideaal.

*

Elke beweging verraadt ons (Montaigne). Maar hij verraadt ons slechts als hij automatisch is (niet bevolen, niet gewild).

*

Naar aanleiding van het automatisme het volgende, ook van Montaigne: Wij bevelen niet onze haren overeind te gaan staan en onze huid te trillen van verlangen of van vrees; de hand gaat vaak waarheen wij hem niet zenden.

*

Onderwerp, techniek, spel van de acteurs, hebben hun mode. Daaruit ontstaat een soort prototype, dat een film iedere twee of drie jaar vernieuwt.

*

MEESTERWERKEN. De meesterwerken van de schilderkunst, van de beeldhouwkunst, type Mona Lisa, Venus van Milo, kunnen om zoveel redenen bewonderd worden dat men ze zowel om goede als om slechte redenen kan bewonderen. De meesterwerken van de CINEMA worden vaak alleen maar om slechte redenen bewonderd.

*

Om de mode te volgen stopt X zo'n beetje van alles in zijn films, zoals een schilder die met te veel kleuren werkt.

*

Terwijl de ene groep, onder invloed van de CINEMA zich inspant om het toneel te veranderen, raken de anderen, bij het opnemen van hun films, in de oude gewoonten ervan verstrikt (regels, codes).

*

MISVERSTANDEN. Geen (of weinig) afkammingen of ophemelingen die niet uit een of ander misverstand voortkomen.

*

Je zou geboren moeten worden met een speciaal zintuig voor combineren en harmonie.

*

In deze allesbehalve pittoreske film, waarin niets toneelmatigs overblijft, ziet B de leegte.

*

Altijd dezelfde vreugde, dezelfde verbazing over de nieuwe betekenis van een beeld dat ik zojuist van plaats heb veranderd.

Wat een macht hebben de dingen waarin wij door een gelukkig toeval slagen!

*

'Zo is het of zo is het niet', op het eerste gezicht. De redenering komt daarna (om onze eerste blik goed te keuren).

*

De vijandigheid tot de kunst is ook de vijandigheid tot het nieuwe, het onverwachte.

*

Eerst handelen.
Een misdadigersbende kraakt te Londen de brandkast van een juwelier en steelt parelsnoeren, ringen, goud, edelstenen. Zij vinden er ook de sleutel van de brandkast van de aangrenzende juwelier, die zij leegplunderen, en waarvan de brandkast de sleutel bevat van de brandkast van een derde juwelier. (Krantenbericht.)

*

De dingen uit hun gewone doen halen, ze uit hun verdoving doen ontwaken.

*

NAAKT is alles, wat niet mooi is obsceen.

*

Naar aanleiding van het onontbeerlijke absolute zelfvertrouwen, het volgende van Mme de Sévigné: 'Wanneer ik slechts naar mijzelf luister, verricht ik wonderen.'

*

Gelijkheid van alle dingen. Cézanne schilderde met hetzelfde oog en dezelfde ziel een fruitschaal, zijn zoon en de berg Sainte-Victoire. Cézanne: 'Bij elke penseelstreek riskeer ik mijn leven.'

*

Bouw je film op wit, stilte en onbeweeglijkheid.

*

De stilte is noodzakelijk voor de muziek, maar maakt geen deel uit van de muziek. De muziek steunt erop.

*

Hoeveel films worden niet opgelapt door de muziek! Men overspoelt een film met muziek. Men verbergt dat er niets te zien is in deze beelden.

*

Pas sinds kort en beetje voor beetje heb ik de muziek weggelaten en heb ik de stilte gebruikt als compositie-element en als middel om emotie uit te drukken. Het zeggen op het gevaar af oneerlijk te zijn.

*

Dat alles anders is, zonder iets te veranderen. Montesquieu zegt, naar aanleiding van de humor, dat 'de moeilijkheid ervan is een nieuw gevoel in het ding te laten vinden, dat toch voortkomt uit het ding'.

*

Probeer niet en wens niet het publiek tot tranen toe te bewegen met tranen van je modellen, maar met dit beeld liever dan met dat, met dit geluid liever dan met dat, op de juiste plaats.

*

DOE JE GELOVEN. Dante in ballingschap: terwijl hij door de straten van Verona wandelt, fluistert men elkaar toe dat hij naar de onderwereld gaat wanneer hij wil en dat hij van beneden nieuws meebrengt.

*

Vanwaar vertrek ik? Van het uit te drukken voorwerp? Van de gewaarwording? Vertrek ik twee keer?

*

Wat is, tegenover de werkelijkheid, dat bemiddelende werk van de verbeelding?

*

Pijnlijk nauwkeurig zijn. Alles verwerpen wat van de werkelijkheid niet waar wordt. (De afschuwelijke realiteit van de schijn.)

*

H (model), wat hij voor mij verbergt, verbergt hij niet om op zichzelf of op mij de indruk te maken te zijn wat hij niet is, maar uit bescheidenheid.

*

HELDERZIENDHEID. Waarom deze naam niet te associëren met de twee sublieme machines die ik gebruik om te werken? Camera en bandrecorder, voer mij ver weg van het verstand dat alles gecompliceerd maakt.

-------------------

[1] Baudelaire.
[2] De vlucht van dertig seconden boven Tokyo met een Amerikaans jachtvliegtuig tijdens de oorlog.
[3] Camera en bandrecorder.
[4] Rousseau: Ik probeerde niet te doen als anderen, en ook niet anders.

-------------------

Robert Bresson: Aantekeningen over de cinematografie
Vertaling Marijke de Groot (herwerkt naar nieuwe spelling)
Oorspronkelijk: Robert Bresson, Notes sur le cinématographe, Parijs (Gallimard), 1975