Sabzian

Robert Bresson: Aantekeningen over de cinematografie (deel 4)

15/04/2014
Sabzian
PRINTER-FRIENDLY VERSION

 

Het retoucheren van de werkelijkheid met de werkelijkheid.

*

Niet ontroeren door ontroerende beelden, maar door onderlinge verbanden tussen beelden die ze tegelijk levend en ontroerend maken.

*

De creatieve vereenvoudiging van de acteur is waardevol en heeft zijn bestaansrecht op de scène. In films laat ze de complexiteit van de mens die hij is weg, en daarmee de tegenstrijdigheden en de duistere zijden van zijn echte 'ik'.

*

Montage. Overgang van dode beelden naar levende beelden. Alles leeft weer op.

*

Langzame films waarin iedereen vliegt en druk gebaren maakt; snelle films waarin men nauwelijks beweegt.

*

Gebruik niet in twee films dezelfde modellen. 1. Zij zouden niet geloofwaardig zijn. 2. Zij zouden zich in de eerste film bekijken zoals men zich in de spiegel bekijkt; zij zouden willen dat men hen zag, zoals zij wensen gezien te worden; zij zouden zich een discipline opleggen, en door zich te verbeteren zouden zij ontgoochelen.

*

Zie je film als een combinatie van lijnen en ruimtelijke vlakken in beweging, los van wat hij voorstelt en betekent.

*

JE MODELLEN MOETEN ZICH NIET DRAMATISCH VOELEN.

*

Weglaten wat de aandacht af zou leiden.

*

Hoedanigheid van een nieuwe wereld, die geen enkele van de bestaande kunsten liet vermoeden.

*

Buitengewone complexiteit. Je films: schetsen, pogingen.

*

Door zichzelf aan elkaar te plakken, zullen je beelden hun fosfor vrijmaken. (Een acteur wil dadelijk lichtgevend zijn.)

*

Model. De heimelijk opgemerkte glinstering in zijn oog geeft betekenis aan zijn hele persoon.

*

Beeld. Spiegel en weerspiegeling, accumulator en geleider.

*

Geen mooie foto, geen mooie beelden, maar noodzakelijke beelden, noodzakelijke foto.

*

Het publiek tegenover de mensen en de dingen plaatsen, niet zoals men het willekeurig door aangenomen gewoonten (clichés) daar tegenover plaatst, maar zoals je jezelf plaatst volgens je onvoorziene indrukken en gewaarwordingen. Nooit iets van te voren besluiten.

*

De acteur die zijn rol bestudeert, veronderstelt dat er een ‘zelf’ is dat van te voren bekend is (dat niet bestaat).

*

Opname. Angst om iets waarvan ik slechts een glimp kan opvangen te laten ontsnappen, van wat ik misschien nog niet zie en pas later zal kunnen zien.

*

Over fragmentering [1]
Ze is noodzakelijk als men niet wil vervallen in het AFBEELDEN.
De mensen en de dingen zien in hun elementen die gescheiden kunnen worden. Deze elementen isoleren. Ze onafhankelijk maken om er een nieuwe afhankelijkheid aan te geven.

*

Alles tonen doemt de CINEMA tot cliché, dwingt haar de dingen te tonen zoals iedereen gewend is ze te zien. Zo niet dan zouden ze de indruk wekken vals of kitsch te zijn.

*

Stembuigingen, mimiek, gebaren, die de acteur van te voren en tijdens bedenkt.

*

Opname. Je zult pas veel later weten of je film de sisyfusarbeid waard is die hij je kost.

*

De werkelijkheid is niet dramatisch. Het drama zal ontstaan uit een bepaald verloop van niet dramatische elementen.

*

In zijn film toont X onderwerpen die niet met elkaar overeenstemmen, dus zonder verbanden, dus dood.

*

Je film is niet gemaakt om er met de ogen overheen te dwalen, maar om er in door te dringen, om er in te worden opgezogen.

*

Expressie door compressie. In een beeld zetten wat een literator over tien pagina's zou uitsmeren.

*

Mislukking van de CINEMA. Belachelijke wanverhouding tussen onbegrensde mogelijkheden en het resultaat: Star-systeem.

*

Een regisseur drijft zijn acteurs ertoe te doen alsof zij fictieve wezens zijn te midden van voorwerpen die dat niet zijn. Het onechte dat zijn voorkeur heeft, zal niet in echt veranderen.

*

Een acteur, hoe uitstekend hij ook is, is beperkt tot een scheppende rol (zonder schaduw).

*

Het ontlenen aan het toneel wordt op fatale wijze pittoresk voor oog en oor.

*

Men schept niet door toe te voegen, maar door weg te laten. Ontwikkelen is iets anders. (Niet uitspinnen.)

*

De vijver leeg maken om de vissen te hebben.

*

Plaats tegenover de zekerheid van de acteurs de charme van de modellen, die niet weten wat zij zijn.

*

Een zelfde onderwerp verandert met de beelden en de geluiden. De godsdienstige onderwerpen ontlenen aan de beelden en de geluiden hun waardigheid en hun verhevenheid. Niet (zoals men gelooft) het tegenovergestelde: de beelden en de geluiden krijgen godsdienstige onderwerpen...

*

Voor een acteur is de camera het oog van het publiek.

*

Modellen. Aan jou en niet aan het publiek geven zij deze dingen die het publiek misschien niet zou zien (waarvan jij slechts een glimp opvangt). Geheime en heilige schat.

*

Een kil commentaar kan, door zijn contrast, de lauwe dialogen van een film opwarmen. Verschijnsel, analoog aan dat van warmte en koude in de schilderkunst.

*

Muzikale stilte, door een nagalm. De laatste lettergreep van het laatste woord of het laatste geluid, als een aangehouden toon.

*

Te wanordelijke of te ordelijke dingen worden gelijk, men onderscheidt ze niet meer. Zij roepen onverschilligheid en verveling op.

*

De in het oog springende rijders en pans komen niet overeen met de bewegingen van het oog. Dat is het oog van het lichaam scheiden. (De camera niet als een bezem gebruiken.) * Modellen. Je zult niet de grenzen van hun macht vaststellen, maar de grenzen waarbinnen ze hun macht zullen uitoefenen.

*

Hoeveelheid, grofheid, onechtheid van de middelen moeten plaats maken voor eenvoud en juistheid. Alles teruggebracht en afgemeten naar wat voor jou voldoende is.

*

Het gaat er niet om 'eenvoudig' te spelen, of 'innerlijk', maar om helemaal niet te spelen.

*

Cinematografische films: emotioneel, niet representatief.

*

Het onverwachte provoceren. Er op wachten.

*

De CINEMA is niet bij nul begonnen. Alles weer op losse schroeven zetten.

*

Een schreeuw, een geluid. De nagalm suggereert ons een huis, een woud, een vlakte, een berg. Hun weerkaatsing geeft ons de afstand aan.

*

Met duidelijkheid en nauwkeurigheid zul je de aandacht afdwingen van hun onoplettende oor en oog.

*

Model. Wat hem leven inblaast (woorden, gebaren) is niet wat hem zoals op het toneel uitdrukking geeft maar wat hem dwingt zichzelf uit te drukken.

*

Een CINEMA-film reproduceert de werkelijkheid van de acteur en tegelijkertijd die van de mens die hij is.

*

Je publiek is niet het publiek van de boeken, noch dat van de toneelstukken, noch dat van de tentoonstellingen, noch dat van de concerten. Je hoeft niet de literaire smaak te bevredigen, noch die van het toneel of de schilderkunst of de muziek.

*

De oorzaak moet na het gevolg komen en er niet mee samengaan of eraan voorafgaan. [2]

*

Woorden en gedachten vallen niet altijd samen. Eerder of later. De na-aperij van dit niet samenvallen is in de film afzichtelijk.

*

Uit de botsing en de aaneenschakeling van de beelden en de geluiden moet een harmonisch verband ontstaan.

*

Model. Hij is gesloten, en komt daarom alleen met de buitenwereld in contact zonder dat hij het weet.

*

Verwachtingen scheppen om er aan te voldoen.

*

Model. Je zult het gave beeld van hem vastleggen, niet vervormd door zijn verstand, noch door het jouwe.

*

Zonder de lijn te verwaarlozen, die nooit verwaarloosd mag worden; en zonder iets van jezelf op te offeren, moeten camera en bandrecorder het nieuwe en onverwachte wat je model je biedt, in een flits vangen.

*

Een virtuoos laat ons niet de muziek horen zoals ze geschreven is, maar zoals hij haar voelt. De acteur-virtuoos.

*

Niet alle kanten van de dingen tonen. Speelruimte voor het onbestemde.

*

Opnemen is tegemoet gaan. Niets onverwachts, dat niet heimelijk door jou wordt verwacht.

*

Niet alleen nieuwe verbanden, maar een nieuwe manier van bij elkaar brengen en in elkaar passen.

*

Geconfronteerd met de werkelijkheid, werpt je gespannen aandacht licht op je vergissingen in je oorspronkelijke opvatting. [3] Het is de camera die ze verbetert. Maar de door jou ondergane indruk is de enige interessante werkelijkheid.

*

Opnemen is niet voltooien, maar voorbereiden.

*

Verscheidene opnamen van hetzelfde, zoals een schilder die van hetzelfde onderwerp verscheidene doeken schildert of verscheidene tekeningen maakt, en die steeds dichter bij de perfectie komt.

*

Model die, ondanks zichzelf en ondanks jou, de echte mens losmaakt van de fìctieve mens die je had verzonnen.

*

De acteur heeft een dubbel bestaan. Het is de wisselende aanwezigheid van hem en van de ander, die men het publiek heeft leren vereren.

*

Goed de grenzen aangeven waarbinnen je probeert je te laten verrassen door je model. Oneindig veel verrassingen in een begrensd kader.

*

De ruwe werkelijkheid alleen zal geen waarheid geven.

*

Je camera krijgt niet alleen fysieke bewegingen te pakken die voor potlood, penseel of pen ongrijpbaar zijn, maar ook sommige zielstoestanden, herkenbaar aan tekens, die zonder haar niet ontwaard zouden worden.

*

Star-systeem. Dat is de neus optrekken voor de enorme aantrekkingskracht van het nieuwe en het onverwachte. Bij iedere film, bij ieder onderwerp, zie je dezelfde ongeloofwaardige gezichten.

*

Overplanting
Beelden en geluiden worden sterker, wanneer ze overgeplant worden.

*

Het publiek eraan wennen om het geheel te raden waarvan men het slechts een deel geeft. Laten raden. De zin erin opwekken.

*

Oefeningen
Onderwerp je modellen aan leesoefeningen die geschikt zijn om de lettergrepen gelijk te maken en ieder persoonlijk gewild effect uit te wissen.
De eenvormig en regelmatig gemaakte tekst. De uitdrukking die onopgemerkt voorbij kan gaan, verkregen door een nauwelijks merkbare vertraging en versnelling en door de matheid en de helderheid van de stem. Klankkleur en tempo (klankkleur = merkteken)

*

Onze ogen en oren eisen geen geloofwaardig persoon, maar een echte persoon.

*

Veroordeeld zijn de films waarvan de traagheid en de stilte één wordt met de traagheid en de stilte van de zaal.

*

Het spel van de acteur is onveranderlijk. Het blijft wat het is.

*

In het Grieks-orthodoxe ritueel: 'Wees oplettend!'

*

CINEMA, radio, televisie, tijdschriften zijn een school voor onoplettendheid: men kijkt zonder te zien, men luistert zonder te horen.

*

Model. Hij schildert zelf zijn eigen portret met wat jij hem dicteert (gebaren, woorden) en de gelijkenis van het portret, een beetje als bij een schilderij, hangt evenveel van jou af als van hem.

*

De kleur geeft kracht aan je beelden. Zij is een middel om de werkelijkheid echter te maken. Maar als deze werkelijkheid niet helemaal echt is, wordt de onwaarschijnlijkheid des te sterker (zijn niet bestaan). * Model. Automatisch geworden, beschermd tegen iedere gedachte.

*

Films in het stadium van de monumentale schilderkunst uit de negentiende eeuw. Beleg van Parijs van Bouguereau, waarin men soldaten meent te zien in een cinematografische actie, die zij hebben ingestudeerd.

*

Zie in wat je ziet ogenblikkelijk, wat zal worden gezien. Je camera neemt niet de dingen op zoals jij ze ziet. (Ze neemt niet op wat jij ze laat zeggen.)

*

Het is heilzaam dat wat je vindt niet is wat je verwachtte. Nieuwsgierig, geprikkeld door het onverwachte.

*

De collocazione van beelden en geluiden.

*

Laat je voorwerpen de indruk wekken dat ze graag aanwezig zijn.

*

De fotografie is beschrijvend, het ruwe beeld is beperkt tot de beschrijving.

*

Model. Mooi door al die bewegingen die hij niet maakt (die hij zou kunnen maken).

*

Het gewoonste woord, op de juiste plaats, krijgt plotseling glans. Met deze glans moeten je beelden stralen.

-------------------

[1] Een stad, een veld is van ver stad en veld; maar naarmate men dichterbij komt, zijn het huizen, bomen, dakpannen, bladeren, grassprieten, mieren, mierenpoten, tot in het oneindige. (Pascal)
[2] Onlangs ging ik door de tuinen van de Notre-Dame en kwam een man tegen, wiens ogen vielen op iets wat zich achter mij bevond en dat ik niet kon zien, en plotseling lichtten ze op. Als ik tegelijk met de man de jonge vrouw en het kleine kind bemerkt zou hebben in wiens richting hij begon te rennen, zou dit gelukkige gezicht mij niet zo getroffen hebben; misschien zou ik er zelfs niet op gelet hebben.
[3] Papieren vergissingen.

-------------------

Robert Bresson: Aantekeningen over de cinematografie
Vertaling Marijke de Groot (herwerkt naar nieuwe spelling)
Oorspronkelijk: Robert Bresson, Notes sur le cinématographe, Parijs (Gallimard), 1975